|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

woorden benoemen

bezittelijk voornaamwoord

Een bezittelijk voornaamwoord geeft aan wie iets bezit, van wie iets is.

enkelvoud

1e persoon

mijn (m’n)

fiets

 

2e persoon

jouw (je), uw

 

3e persoon

zijn (z’n), haar (d’r, ‘r)

meervoud

1e persoon

onze, ons

 

2e persoon

jullie, uw

 

3e persoon

hun

Soms wordt een bezittelijk voornaamwoord zelfstandig gebruikt: het mijne, de jouwe.

In het schema hierboven kun je achter alle bezittelijke voornaamwoorden het woord fiets zetten. Behalve achter ons. En dat maakt ook meteen het verschil duidelijk: onze gebruik je voor de-woorden (mannelijk of vrouwelijk) en ons gebruik je voor het-woorden (onzijdig).

onze bank, ons paard, onze hond, ons huis

 

Als je twijfelt tussen jouw en jou of u en uw, vervang het woord dan door een 1e persoon. Hoor je daar een –n, dan schrijf je het woord met –w.

lidwoorden
naamwoorden
werkwoorden
voorzetsel
voornaamwoorden
bijwoord
telwoorden
voegwoord

persoonlijk vnw
bezittelijk vnw
vragend vnw
aanwijzend vnw
betrekkelijk vnw
wederkerend vnw
wederkerig vnw
onbepaald vnw

 

lesmateriaal

bz vnw of p vnw

zelf oefenen

u of uw,  jou of jouw

1e persoon enkelvoud

3e persoon meervoud

Waar gaat dat over?

Het heeft alles met voornaamwoorden te maken.