|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

zinnen ontleden

persoonsvorm
onderwerp
gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling
bijvoeglijke bepaling
de samengestelde zin

 

naamwoordelijk gezegde
werkwoordelijk gezegde
de tijden

 

 

gezegde (werkwoordelijk of naamwoordelijk)

 

Een werkwoordelijk gezegde vertelt wat er gebeurt, wat er gedaan wordt: de handeling.

Een naamwoordelijk gezegde is een gezegde, waarin  je meer te weten komt over het onderwerp. (zegt iets over het onderwerp)

 

tussenstapje

Voordat je bepaalt of in de zin een werkwoordelijk of een naamwoordelijk gezegde zit, bekijk je eerst alle werkwoorden in het gezegde.

  1. Zit er een woord bij dat eventueel koppelwerkwoord zou kunnen zijn, dan controleer je of ook aan de 2e voorwaarde voor een naamwoordelijk gezegde wordt voldaan:

  2. het naamwoordelijk deel moet iets zeggen van het onderwerp (een kenmerk of eigenschap).

Pas als aan allebei die voorwaarden is voldaan, dan kies je voor een naamwoordelijk gezegde.

 

Bestaat een gezegde alleen maar uit werkwoorden, zou ik dat altijd een werkwoordelijk gezegde noemen.

 

Kort samengevat: werkwoordelijk gezegde = doen, naamwoordelijk gezegde = zijn

onthoudtip

Je kent “naamwoord” al uit de begrippen: bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord. Een naamwoordelijk gezegde bevat altijd minstens één naamwoord.

(soms een voornaamwoord)