|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

zoekpagina

 

1e persoon enkelvoud

3e persoon meervoud

Waar gaat dat over?

KLIK HIER

Het heeft alles met voornaamwoorden te maken.

 

 

 

 

hen of hun

 

Hen gebruik je als lijdend voorwerp en na een voorzetsel.

 

Ik heb hen gisteren niet gezien.

We hebben de boeken aan hen gegeven.

 

Hun gebruik je als meewerkend voorwerp als het woordje aan er niet voor staat.

 

We hebben hun de boeken gegeven.

 

Het gebruik van hun in allebei de gevallen neemt echter toe. Een zin als:

Ik heb hun gisteren niet gezien, wordt nauwelijks nog als fout ervaren.

 

In de spreektaal en steeds meer in schrijftaal kom je vaak ze tegen:

 

            Ik heb ze gisteren niet gezien.

 

Met hen en hun kun je alleen personen bedoelen, ze kan gebruikt worden voor personen én voorwerpen.