Animation2.gif Lidwoorden correct toepassen

Het bijvoeglijk naamwoord

Vul het bijvoeglijk naamwoord juist in. Let op de verandering van bepaald naar onbepaald lidwoord; dat heeft soms gevolgen voor het bijvoeglijk naamwoord.
1 Het lieve meisje. Een meisje.
2 Het jonge paard. Een paard
3 De grote vrachtwagen. Een vrachtwagen.
4 De dikke leraar. Een lerares.
5 Het geopende dak. Een dak.
6 De mooie toespraak. Een toespraak.
7 Het zachte speelgoedbeest. Een speelgoedbeest.
8 De buigzame spekzool. Een spekzool.
9 Het buigzame spekzooltje. Een spekzooltje.
10 De zachte mozzarella. Een mozzarella.
11 Het zachte kussen. Een kussen.
12 Het dikke muildier. Een muildier.
13 Het blauwe muisje. Een muisje.
14 De gevaarlijke massasprint. Een massasprint.
15 Het gewaagde plan. Een plan.