Animation2.gifMeewerkend voorwerp

Vul het meewerkend voorwerp in. Je vindt dat door een vraag te maken:
AAN (of voor) WIE + GEZEGDE + ONDERWERP + LIJDEND VOORWERP
Ontkennende woorden als NIET mag je voor de duidelijkheid opnemen in je vraag.
Nooit méér zinsdelen in je vraag zetten, want dan kan dat er niet meer als antwoord uitkomen.
Soms denk je achteraf: ik had beter AAN WAT+ G+O+LV kunnen vragen,
maar een meewerkend voorwerp is in een zin een ontvanger en dus bijna altijd een persoon, dier of instelling.
Als er geen meewerkend voorwerp in de zin staat, vul je een - in.
1. Binnen twee tellen stond hij de hele klas het verhaal te vertellen
meewerkend voorwerp:
2. We hebben hem niks gedaan!
meewerkend voorwerp:
3. Waarom heb je niet meteen een afspraak gemaakt?
meewerkend voorwerp:
4. De huisbaas hebben we wel op tijd de kamerhuur overgemaakt.
meewerkend voorwerp:
5. De minister vroeg de Kamer de motie niet uit te voeren.
meewerkend voorwerp:
6. Sommige scholen geven hun leerlingen geen punten maar salaris
meewerkend voorwerp:
7. Eindelijk heeft mama ook eens bloemen voor papa meegenomen.
meewerkend voorwerp:
8. De miljonair had de Nierstichting een lekker bedragje nagelaten in zijn testament.
meewerkend voorwerp:
9. Je moet je planten op tijd voeding geven.
meewerkend voorwerp:
10. Heeft Boris van Idols zijn nieuwe cd de naam Pleasure gegeven?
meewerkend voorwerp: