Vul het meewerkend voorwerp in. Je vindt dat door een vraag te maken: AAN (of voor) WIE + GEZEGDE + ONDERWERP + LIJDEND VOORWERP Ontkennende woorden als NIET mag je voor de duidelijkheid opnemen in je vraag. Nooit méér zinsdelen in je vraag zetten, want dan kan dat er niet meer als antwoord uitkomen. Soms denk je achteraf: ik had beter AAN WAT+ G+O+LV kunnen vragen, maar een meewerkend voorwerp is in een zin een ontvanger en dus bijna altijd een persoon, dier of instelling. Als er geen meewerkend voorwerp in de zin staat, vul je een - in.