Een ... is een werkwoordsvorm die er op veel verschillende manieren uit kan zien.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
voltooid deelwoord, gebruikt als bijvoeglijk naamwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Een ... heeft een hulpwerkwoord bij zich.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
voltooid deelwoord, gebruikt als bijvoeglijk naamwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Een ... schrijf je als infinitief + d (e(n)).
persoonsvorm
voltooid deelwoord
voltooid deelwoord, gebruikt als bijvoeglijk naamwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Een ... staat als lemma in je woordenboek.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
voltooid deelwoord, gebruikt als bijvoeglijk naamwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Een ... schrijf je zo kort mogelijk.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
voltooid deelwoord, gebruikt als bijvoeglijk naamwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Een vraagzin begint altijd met de persoonsvorm.
waar
niet waar
Onderwerp en persoonsvorm hebben hetzelfde getal: allebei enkelvoud of allebei meervoud.
waar
niet waar
In de tegenwoordige tijd enkelvoud wordt de STAM-vorm het meest gebruikt.
waar
niet waar
Een ander woord voor tegenwoordig deelwoord is onvoltooid deelwoord.
waar
niet waar
Een voltooid deelwoord heeft in een zin altijd een hulpwerkwoord in hetzelfde gezegde staan.
waar
niet waar
Je schrijft een bijvoeglijk naamwoord altijd zo kort mogelijk.
waar
niet waar
De stam van een zwak werkwoord is in de tegenwoordige tijd en in de verleden tijd hetzelfde.
waar
niet waar
Een onvoltooid deelwoord maak je door een d achter de stam te zetten.
waar
niet waar
Een zwak werkwoord verandert van klank in de verleden tijd.
waar
niet waar
De gebiedende wijs heeft geen onderwerp bij zich staan.
waar
niet waar
De gebiedende wijs heeft altijd de vorm van de STAM.
waar
niet waar
"Loopt u even door!" Deze zin staat in de gebiedende wijs.
waar
niet waar
De laatste letter van een persoonsvorm kun je vinden door het woord langer te maken.
waar
niet waar
In de tegenwoordige tijd schrijf je de persoonsvorm enkelvoud bijna altijd als STAM + t.
waar
niet waar
De 3 hulpwerkwoorden die een werkwoord kunnen helpen om te veranderen in een voltooid deelwoord zijn: (vormen van) hebben, zijn en zullen.
waar
niet waar
De persoonsvormproef= Als je de zin van tijd verandert, kunnen alle persoonsvormen meeveranderen.
waar
niet waar
Een ander woord voor voltooid deelwoord is verleden deelwoord.
waar
niet waar
Als je niet weet hoe je een infinitief schrijft, kun je altijd terecht in het woordenboek.
waar
niet waar
Werkwoorden die we uit het Engels overnemen, passen zich zoveel mogelijk aan de Nederlandse spellingregels aan.
waar
niet waar
Een werkwoord dat eruit ziet als een infinitief kan ook een persoonsvorm zijn.
waar
niet waar
Een woord dat eruit ziet als een voltooid deelwoord kan ook een bijvoeglijk naamwoord zijn.
waar
niet waar
Als je bij de laatste letter van een voltooid deelwoord twijfelt tussen d of t mag je dat woord even langer maken; je hoort dan of het een d of t moet zijn.
waar
niet waar
Regelmatige werkwoorden kennen in het Nederlands maar 2 enkelvoudsvormen: STAM en STAM + t.
waar
niet waar
Zwakke werkwoorden kunnen in de verleden tijd alleen "de" of "te" achter de STAM krijgen.