|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

woorden benoemen

hulpwerkwoord

 

In tegenstelling tot het zelfstandig werkwoord heeft een hulpwerkwoord zelf nauwelijks of geen betekenis. Een hulpwerkwoord helpt een ander werkwoord:

  • van tijd te veranderen (hww van tijd)

            hebben of zijn zorgen voor een voltooide tijd

                        Ik voetbal (ott)                            -           Ik heb gevoetbald (vtt)

                        Ik voetbalde (ovt)                        -          Ik had gevoetbald (vvt)

            zullen zorgt voor een toekomende tijd

                        Ik zal voetballen (ottt)                 -         Ik zou voetballen (ovtt)

 

  • een lijdende vorm aan te nemen (hww van de lijdende vorm). In een zin die in de lijdende vorm staat, doet het onderwerp zelf niks; er wordt iets met dat onderwerp gedaan.

    worden is hulpwerkwoord in de onvoltooide tijden

    De strafschop wordt genomen. (ott) - De strafschop werd genomen. (ovt)

    zijn is dat in voltooide tijden

    De penalty is genomen. (vtt) - De penalty was genomen. (vvt)

Merk op dat in deze zinnen wel een voltooid deelwoord staat, maar dat de zin in een onvoltooide tijd staat. Alleen bij hebben of zijn als hulpwerkwoord, heb  je een voltooide tijd!

  • een beetje van betekenis te veranderen of helpt dat werkwoord aan een beetje extra betekenis (hww van modaliteit)

kunnen, moeten, mogen, willen  zijn veelgebruikt, maar er zijn veel werkwoorden die normaal zelfstandig zijn, maar die ook hulpwerkwoord kunnen worden. Denk eens aan woorden als zitten, liggen, proberen en staan in: Hij zit weer te slapen.

Dan bedenk je gewoon: Geen zww? dan hww!

OTT

OVT

VTT

VVT

OTTT

OVTT

VTTT

VVTT

Hier vind je meer over deze  tijden van het gezegde.

lidwoorden
naamwoorden
werkwoorden
voorzetsel
voornaamwoorden
bijwoord
telwoorden
voegwoord

zelfstandige werkwoorden
hulpwerkwoorden
koppelwerkwoorden