|
|
| home | zoeken | contact | lerarenkamer | 7Days | Teleblik | |
||||||||||
woorden benoemen |
koppelwerkwoordEen koppelwerkwoord is het belangrijkste werkwoord in een naamwoordelijk gezegde (ng). De meest gebruikte zijn:
zijn, worden, blijven, blijken, lijken,
schijnen Een koppelwerkwoord koppelt het naamwoordelijk deel aan het onderwerp: Sjannie is ziek. (‘Sjannie’ is onderwerp, ‘ziek’ is naamwoordelijk deel van het gezegde)
Ajax blijft een
wereldclub.
Ook in een naamwoordelijk gezegde kunnen hulpwerkwoorden voorkomen. Als je het dan moeilijk vindt om vast te stellen welk van de werkwoorden het koppelwerkwoord is, kijk dan bij de manieren om het zww te vinden. Want in wezen is het koppelwerkwoord het zelfstandig werkwoord (het belangrijkste werkwoord) van een naamwoordelijk gezegde.
Dit
laatste wordt misschien duidelijker met het volgende schema:
|
Je kunt koppelwerkwoorden makkelijk herkennen; je kunt ze namelijk vaak onderling vervangen:
Anke
wordt ziek.
Anke blijft ziek.
Anke
blijkt ziek.
Anke
lijkt ziek.
Anke
schijnt ziek |
|||||||||