Zoeken

Veel succes met de examens!


 

Woorden benoemen

Woorden benoemen wordt ook wel taalkundige ontleding genoemd. Dit in tegenstelling tot het ontleden van zinnen, dat heet dan redekundige ontleding, omdat je bij dat laatste je 'rede', je verstand, moet gebruiken.

Je kunt  je verstand bij het benoemen van woorden niet helemaal uitzetten, maar toch: hond blijft een zelfstandig naamwoord, hoe je het ook in de zin zet.

Bij het ontleden van zinnen kun je erachter komen dat de hond steeds een andere functie heeft:

  • De hond slaapt. (onderwerp)
  • Ik geef de hond wat brokken. (meewerkend voorwerp)
  • Hij aait de hond. (lijdend voorwerp)

Er zijn ook wel woorden die de ene keer tot de ene woordsoort behoren en de andere keer tot een andere.

  • Het regent.
  • Ik weet het.
  • Het naar bloemen ruikende parfum.

Je kijkt dan natuurlijk ook naar de functie, wat doet een woord in de zin:

  • Vervangt het betekenis dan is het een persoonlijk voornaamwoord.
  • Heeft het geen betekenis, maar maakt het een werkwoord mogelijk om in een zin te staan dan is het een onpersoonlijk voornaamwoord.
  • Geeft het aan dat een zelfstandig naamwoord onzijdig is, dan is het een lidwoord.

(En soms bepaalt zo'n klein woordje zelfs hoe je een ander woord uitspreekt: het regent, de regen, de regent ; )

Homoniemen

  • Ziek zijn
  • Zijn  laptop
  • Haar  laptop
  • Zijn haar

Deze woorden zien er redelijk toevallig hetzelfde uit in het Nederlands, maar het zijn gewoon verschillende woorden. Vertaal ze maar eens in het Engels of Frans.

Woorden die er hetzelfde uitzien, maar iets anders betekenen, noemen we homoniemen, zoals bank  (om op te zitten) en bank  (om te beroven).