Zoeken

Jongens, tis vakantie, wegwezen. (geldt ook voor leraren)


 

Bijvoeglijk naamwoord

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord (dat kan ook indirect via een voornaamwoord: Hij is lief). Het kan voor of achter dat zelfstandige naamwoord staan. Mooie Karlijn, het konijn is zacht, de gestolen fiets, lekkere honger.

Eigenschappen van een bijvoeglijk naamwoord

  • Een bijvoeglijk naamwoord kan vaak trappen van vergelijking vormen: mooi- mooier- mooist, lief- liever- liefst, lekker- lekkerder- lekkerst, goed- beter- best. Helaas lukt het weer niet altijd: gestolen- *gestolener- *gestolenst.
  • Bijna altijd kun je achter een bijvoeglijk naamwoord een stomme e  zetten: lief-lieve,mooi-mooie. Als een woord al eindigt  op zo’n stomme e-klank komt er niet nog een extra e bij: het open boek, de gestolen fiets

Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Een speciale categorie is het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord, dat geeft aan van welke stof iets (letterlijk of figuurlijk) gemaakt is. Het speciale is dat je deze woorden moet schrijven met een –n:

  • een gouden ring
  • stalen zenuwen

Bedenk dat relatief nieuwe (vaak Engelse) stoffen zich niet houden aan Nederlandse regels: een plastic pop, een aluminium handvat, een formica tafelblad, een suède jas.

Morfologie

Met (zelfstandige) naamwoorden kun je veel kanten op:

  • Samenstelling Je plakt woorden aan elkaar, ieder los deel heeft een eigen betekenis. bloedmooi, deurslot, nachtverlichting
  • Afleiding Je gebruikt een grondwoord en plakt daar een voor- of achtervoegsel aan, dat je bij veel woorden kunt gebruiken. Het voor- of achtervoegsel is zelf geen woord. nijd-nijdig, lief-lieflijk, zorg-zorgeloos, deugd-ondeugd 
  • Verbuigingen zie je vooral bij bijvoeglijke naamwoorden die zich aanpassen aan het
    • getal (enkelvoud/meervoud) van zelfstandige naamwoorden. een mooi huis - mooie huizen
    • geslacht (onzijdig het of mannelijk/vrouwelijk de) van zelfstandige naamwoorden. een mooi paard - een mooie koe
    • naamval (zie je alleen nog in oude uitdrukkingen) Je moet van goeden huize komen om haar te verslaan

NB: Een werkwoord dat van vorm verandert noem je een vervoeging.
VOORBEELDVervoegingen van zijn: ben, is, zijn, was, waren, geweest, wees

Ali B

Je hoort het langst dat Nederlands niet je moedertaal is aan het gebruik van de lidwoorden. Dat is niet zo raar; wij blijven ook fouten maken tegen die lidwoorden als we Frans of Duits praten. Misschien denk je wel: het is niet zo belangrijk, dat kleine woordje. Turken hebben een extra probleem. In het Turks denk je dat er geen lidwoord bestaat, omdat dat soms ín het zelfstandig naamwoord zit. Kijk maar eens naar het Turkse woord voor een huis: ev. Maar als je een bepaald huis bedoelt, dan gebruik je evi. Het bepaalde lidwoord ís er dus wel, maar is verstopt in het zelfstandig naamwoord, net als in het Italiaans en het Latijn.

Het verschil tussen bepaald en onbepaald lidwoord heeft gevolgen voor het bijvoeglijk naamwoord. Als Ali B rapt in “Wat zou je doen” (met Marco Borsato) dan zegt hij:

Iedereen heeft het recht op een eerlijke leven
en ze kunnen nog zoveel op deze wereld beleven

*Een eerlijke leven is geen correct Nederlands, het eerlijke leven wél. Als een het-woord (leven) een onbepaald lidwoord krijgt (een), dan verdwijnt de e aan het eind van het bijvoeglijk naamwoord dat ertussen staat.

Het eerlijke leven - Een eerlijk leven
Het lieve meisje   - Een lief meisje

Als je *een lieve meisje of *een eerlijke leven zegt, verraad je meestal dat Nederlands niet je moedertaal is.

Klik op VERDER om even te oefenen.

Verder