Zoeken

Veel succes met de examens!


 

Congruentie

Een onderwerp en een persoonsvorm staan óf allebei in het enkelvoud óf allebei in het meervoud. Van die eigenschap maken we gebruik als we een onderwerp zoeken: verander de persoonsvorm van getal en je voelt dat het onderwerp mee moet veranderen. Beide zinsdelen zijn congruent aan elkaar. In sommige gevallen is je taalgevoel niet helemaal betrouwbaar. Bij jou wel?

De vuistregel is: Het kernwoord van het onderwerp bepaalt of je met enkelvoud of meervoud te maken hebt. Vaak is dat het eerste zelfstandig naamwoord.

Maar:
Als je het onderwerp als enkelvoud bedoelt: enkelvoud.
Bedoel je meervoud (de opgetelde individuen): meervoud.

Het hele vak supporters stormde het veld op. (je bedoelt die ene groep mensen)
Een hoop supporters vielen de scheidsrechter lastig.
Een aantal kinderen kwamen te laat. (niet als groep, maar na elkaar bijvoorbeeld)
Een aantal kinderen liep voor de klas uit. (als één groep)
Er lag een paar sokken in de vuilnisbak. (twee bij elkaar passende)
Er lagen een paar sokken in de vuilnisbak. (3 of 7, oid)
Dat is een van de mannen die mij aanviel. (die ene viel aan)
Dat is een van de mannen die mij aanvielen. (dat is een van de aanvallende mannen)

Speciale gevallen

Meervoudige landen en instellingen (hun afkorting ook, maar enkelvoud kom je ook tegen) krijgen een pv in het meervoud

  • De Verenigde Staten houden hun poot stijf. (De VS houdt zijn poot stijf, kom je ook tegen)
  • Gedeputeerde Staten vergaderen steeds minder.
  • De Nederlandse Antillen zijn een mooie eilandengroep.

Meervoudige bedrijven en groepen krijgen een pv in het enkelvoud

  • V&D houdt uitverkoop.
  • Heren-7 heeft weer verloren.
  • De NS kampt eigenlijk nooit meer met vertraging.

Vaste constructies met enkelvoud

  • Zowel mijn vader als mijn moeder is met pensioen. (samentrekking: Mijn vader is met pensioen, mijn moeder is met pensioen)
  • Niet alleen mijn vader  maar ook mijn moeder is met pensioen. (samentrekking: Mijn vader is met pensioen, mijn moeder is met pensioen)
  • (Noch) mijn vader noch mijn moeder houdt van erwtensoep. (samentrekking: Mijn vader houdt niet van erwtensoep, mijn moeder houdt niet van erwtensoep)
  • ....van...
    • 35% van de bezoekers was ontevreden.
    • Een deel van de bezoekers was tevreden.
    • Geen van allen had het goede antwoord.
    • LET OP: 80 van de 100 bezoekers hadden geen kaartje, dat dan weer wel.

Als je niet kunt samentrekken, omdat beide delen een andere persoonsvorm zouden hebben gebruik je alsnog meervoud:

  • Zowel mijn vader als ik hebben honger. (mijn vader heeft + ik heb, je kunt dus niet samentrekken)
  • Niet alleen de trainer, maar ook de spelers zijn dolblij met de drie punten. (de trainer is + de spelers zijn, je kunt dus niet samentrekken)

Let op:

  • Ook de media vergissen zich wel eens. (media = meervoud van medium)
  • Het kan even duren voor de antibiotica gaan werken. (antibiotica = meervoud van antibioticum)
  • Een (lidwoord) miljoen mensen ging de straat op. / Een (telwoord) miljoen mensen gingen de straat op.
  • Zeventien miljoen mensen leiden een rustig bestaan in Nederland. (met een telwoord ervoor moet meervoud)

Vuistregels

'Vuistregels' gelden vaak, maar jammer genoeg niet altijd. Het zijn dan ook geen regels.

Gaat het om spelling en kun je niet opzoeken, gebruik dan de vuistregel. Raadpleeg anders het groene boekje, een woordenboek of je tekstverwerker. 

Verder