Zoeken

Veel succes met de examens!


 

Die/dat wie/wat

Is het nou Het mooiste wat ik ooit heb gezien of Het mooiste dat ik ooit heb gezien?

We hebben het over betrekkelijke voornaamwoorden. De meest voorkomende zijn die, dat, wie en wat.

Die en dat

die gebruik je als het antecedent een de-woord(groep) is.

Wat moet ik met kinderen die geen ranja lusten?

dat gebruik je als het antecedent een het-woord(groep) is.

Het huis dat je daar ziet, is van mijn oom.
Ik ben echt dol op het meisje dat nu binnenkomt.

Om zeker te weten of je die of dat moet gebruiken, check je welk van die twee woorden ook vóór het antecedent kan staan: Je kunt wel DAT meisje zeggen, maar niet *DIE meisje. Dan moet het dus ook zijn: Het meisje dat....

​Wie en wat

wie gebruik je

De man wie we dat gevraagd hebben, is leraar. (wie is mv) (die wordt in deze situatie ook steeds vaker gebruikt)
De vrouw met wie hij samenleefde, is ontslagen.

wat gebruik je als het antecedent

Alles wat je zegt is gelogen. Het enige wat ik wil is rust.
Het laatste wat ik wil is ruzie.
Je stinkt uit je mond, wat ik heel vervelend vind.

​LET OP: In het tweede geval hoor je ook vaak dat.  Zeker als het antecedent een zeer concrete invulling krijgt:

Het zeilschip dat nu binnenvaart, is het mooiste dat ik ooit gezien heb.

Zou je in deze zin het mooiste wat  schrijven, dan verandert de betekenis van de zin. Je zou dan nog nooit iets gezien hebben wat mooier is. In het voorbeeld heb je nog nooit een mooier zeilschip gezien.

Het zeilschip wat nu binnenvaart... is niet correct.     Zie hierboven bij Die en dat.

Antecedent

Voornaamwoorden zijn verwijswoorden. Je gebruikt ze om een betekenis te vervangen. Die betekenis kan in de tekst staan, maar dat hoeft niet. Waar je naar verwijst, noemen we antecedent. Het woordje dat  twee zinnen terug, heeft als antecedent Die betekenis kan in de tekst staan

Antecedent betekent letterlijk: wat vooraf ging.

Als je secuur wilt vaststellen waar een woord naar verwijst, vervang je het woord door een vraagwoord en maak je een vraag met behulp van dat stukje zin. Hierboven zou ik vragen:

Wat hoeft niet?

En je ziet: het antecedent rolt er zo uit.

Bij het betrekkelijk voornaamwoord moet het antecedent in de zin staan, want een betrekkelijk voornaamwoord knoopt twee zinnen aan elkaar: in de hoofdzin het antecedent en de bijzin begint met het betrekkelijk voornaamwoord.