Zoeken

Jongens, tis vakantie, wegwezen. (geldt ook voor leraren)


 

Hen, hun of zij?

Ik jij hij wij jullie zij | je tu il nous vous ils | I you he we you they | ich du er wir ihr sie, allemaal persoonlijke voornaamwoorden die onderwerp kunnen zijn.
Veel Nederlanders hebben moeite met de 3e persoon meervoud: zij (ze),  waarmee je dan meerdere mensen bedoelt. Een zin als:
*We begonnen goed aan de wedstrijd, maar toen hun onze spits afschermden werd het toch nog moeilijk.
wordt door veel mensen niet als fout ervaren. Dat is ie wel, anders stond er geen * voor: hun  is in deze zin onderwerp van  afschermden (*hun schermden af). Maar zoals je boven in het rijtje hebt gezien: daar staat geen hun in. De correcte zin zou zijn:
We begonnen goed aan de wedstrijd, maar toen zij/ze onze spits afschermden werd het toch nog moeilijk.

Hun als onderwerp is altijd fout

Als je twijfelt of je met een onderwerp te maken hebt, vervang de 3e  persoon dan eens door een 1e  persoon (zie schema). Niemand haalt het in zijn hoofd om
*Ons zitten altijd te zeuren          te zeggen.
Dáár kies je voor de onderwerpsvorm, dan moet je dat ook bij de 3e persoon doen:
Zij zitten altijd te zeuren,             dus.

Wanneer is hun  wél goed?

  1. Je gebruikt het persoonlijk voornaamwoord  hun  altijd als een groep mensen wat krijgt (als meewerkend voorwerp): Ik geef hun  een schouderklopje. ZIE OOK: 3-plaatsige werkwoorden
  2. Je kunt hun  ook gebruiken als bezittelijk voornaamwoord: Dat is hun goed recht. (Van wie is dat recht? Van "hun")

Gouden tip

Als je twijfelt tussen ze  en hun (of tussen hen en hun),  dan probeer je ze. Voelt dat goed, dan kun je veilig voor ze  kiezen.

*Hun waren te laat thuis / Ze waren te laat thuis.   Kunnen ze voor je gevoel allebei, KIES ALTIJD: ZE

Ik heb ze  gisteren niet gezien.

Hen of hunEdith Schippers gaat in de fout met hen ipv hun.

Om de een of andere reden is hen  op dit moment in de mode. Veel mensen denken dat hun  als persoonlijk voornaamwoord altijd fout is, maar hun  is een prima meewerkend voorwerp natuurlijk: een ontvanger. Aan minister Schippers hoor je dat zij hen  wel chic vindt én dat zij vroeger dan misschien wel het meewerkend voorwerp kon vinden, maar geen idee had wat dat dan voor consequenties had.

Hen gebruik je als lijdend voorwerp en na een voorzetsel.

Ik heb hen  gisteren niet gezien.
We hebben de boeken aan hen  gegeven.

Hun gebruik je als meewerkend voorwerp als het woordje aan (of voor) er niet voor staat.

We hebben hun  de boeken gegeven.
We hebben de boeken aan hen  gegeven. (ook meewerkend voorwerp, maar met een voorzetsel: aan)

BLOEDIRRITANT

Er lopen heel wat mensen rond die menen dat ze constant anderen moeten verbeteren. We noemen ze leraar. Deze leraren worden betaald om anderen te laten leren.
Daarnaast heb je ook mensjes die hetzelfde doen, niet om jou iets te (laten) leren, alleen maar om te laten merken dat zij iets weten en jij niet. We noemen ze BLOEDIRRITANT en onbeleefd, zeker als de correctie in een groep mensen plaatsvindt.
Er is natuurlijk niks mis mee als je je gesprekspartner privé even vraagt of je een opmerking mag maken over zijn taalgebruik.

Maar om in het openbaar "...bij ME!" , "ZIJ zijn te laat!" of "...DAN IK!" te roepen, getuigt van een zeer twijfelachtig niveau van beschaving.