Zoeken

Jongens, tis vakantie, wegwezen. (geldt ook voor leraren)


 

Spreken-luisteren

Waarom geloof je de ene politicus meteen en moet de andere de blaren op zijn tong praten om zijn toehoorders te overtuigen? Waarom ben je door het ene programma meteen geboeid en kun je het andere niet snel genoeg weggezapt krijgen?
Taal speelt in deze gevallen zeker een belangrijke rol. Met taal kun je boeien, verleiden, overtuigen, amuseren, verkopen, misleiden of informeren. Om maar eens wat mogelijkheden te noemen. Maar met taal kun je anderen ook vervelen of in verwarring brengen.
Bij het onderdeel Spreken (en ook bij Schrijven) leer je om je taal zó over te laten komen als je bedoelt. Om de inhoud van jouw ideeën een zo goed mogelijke vorm te geven.

Bij allerlei andere bezigheden in de lessen zul je ook met elkaar moeten overleggen, moeten samenwerken, naar elkaar moeten luisteren. 

Gesprekken

Een gesprek voeren is een complexe bezigheid. Raar eigenlijk want je doet het al je hele leven. Van kinds af aan kom je aan je trekken door te praten en door te vragen.
Nu je zo langzamerhand geen kind meer bent, is zomaar vragen meestal niet meer genoeg om te bereiken wat je wilt. Je zult dan ook je boodschap, je verzoek, je wens gaan verpakken. En dat doe je dan zó, dat je zoveel mogelijk kans op succes hebt.
In een gesprek ben je dus ook heel goed bezig met  "luisteren". Je probeert steeds in te schatten of je gesprekspartner je begrijpt, of hij bereid is om jou je zin te geven. Als dat niet zo is, bedenk je een tactiek of verander je van tactiek. Kinderen krijgen vaak hun zin door te zeuren; als je als volwassene blijft zeuren, zullen mensen je steeds minder je zin geven.

Spreken

Een toespraak houd je om je toehoorders te vertellen hoe iets werkt, iets uit te leggen, zeggen wat je ergens van vindt of om mensen te overtuigen, om ze voor jouw standpunt te winnen.

Een toespraak moet in één keer raak zijn; je luisteraars kunnen niet terugspoelen. Besteed daarom aandacht aan je verhaal én aan de verpakking.

Assertief zijn

Nadenken over hoe je kunt geven en nemen, hoe iedereen voordeel kan hebben, hoe anderen plezier van jou kunnen hebben en hoe je jezelf daarbij goed kunt blijven voelen is belangrijk. Het is niet de bedoeling dat je jezelf wegcijfert.
In een gesprek wil je daarom een assertieve houding hebben: Je komt voor jezelf op, zonder een ander daarbij onnodig te kwetsen. Assertieve mensen zijn prettig in de omgang, prettig om mee te werken. Ze zeggen eerlijk als iets niet kan, je hebt daardoor niet snel het idee dat je misbruik van ze maakt.
Probeer zelf ook een assertieve houding te ontwikkelen:

  • Kom voor jezelf op zonder anderen onnodig te kwetsen;
  • Luister goed, ook naar datgene wat mensen niet zeggen, maar wel bedoelen;
  • Waardeer ieders inbreng, ook die van jou zelf.