Zoeken

Jongens, tis vakantie, wegwezen. (geldt ook voor leraren)


 

Taalkunde

In verschillende lessen en oefeningen in het werkboek leer je om overenkomsten en verschillen te zien tussen verschillende talen. De volgende concepten komen aan de orde:

  1. Klanken, de koppeling tussen taal en tekens. ​Iedere taal wordt geschreven zoals deze uitgesproken wordt. Logisch natuurlijk, want of jij of iemand anders deze tekst hardop voorleest: je leest allebei dezelfde woorden voor. Dat geldt ook voor Frans, Chinees en Russisch. Wél heeft iedere taal zijn eigen code, hoe zet je gesproken taal om in tekens. Door energie te steken in die code, leer je gemakkelijker hoe je een taal schrijft. En leer je ook om woorden die je voor het eerst hoort, meteen goed te schrijven.
  2. Woordvorming en betekenis. Als je snapt dat manicure en handschoen iets met elkaar te maken hebben, wordt het Engelse woord manual gemakkelijker. Mensen met een "talenknobbel" doen dit allemaal automatisch, voor anderen is het handig om te leren hoe dat moet.
  3. Grammatica (wat voorbeelden)
    • Waarom heeft Engels maar 3 lidwoorden en Duits er een stuk of 20?
    • Welke informatie haal je in diverse talen uit voornaamwoorden?
    • Wat is er allemaal nog meer bijvoeglijk, naast het bijvoeglijk naamwoord?
    • Wat ís bijwoordelijk eigenlijk en waarom verandert een bijwoord niet?
    • Grammaticale tijden lopen vaak niet gelijk met hun betekenis.

Taalverschijnselen

Een ander aspect van taalkunde is taalonderzoek naar taalverschijnselen. Hoe werkt taal? Waarom werkt taal? Hoe leren kleine kinderen praten? Hoeveel woorden kan een hond leren verstaan? Je vindt hier al een aantal filmpjes over taal.

Dierentaal Hoe ontstaat taal?

Taalontwikkeling bij kinderen

Hoe evolueren talen?

In de lessen bij Taalkundewerk krijg je onderzoekswerk te doen.

 

welketaalkundedanwel?

(Roy Donders, stylist van het zuiden)

Teleblik

Teleblik beheert het beeldmateriaal van de publieke tv. Je kunt als school een gratis account aanvragen.

Verder