Zoeken

Het sabotagehulpwerkwoord al eens gebruikt?


 

Beoordelen = waarderen

Ouders en leerlingen willen graag punten zien. Het lijkt erop dat een 7 voor Nederlands op een eenduidige manier aangeeft hoe goed je bent voor dat vak. Maar we weten allemaal dat de ene 7 de andere niet is. De één haalt hem binnen met goede dictees, de ander met een knap opstel en weer een ander heeft een goed leesverslag gekopieerd. Verder weet je ook dat een leerling die er slecht voor staat, bij zijn volgende toets beter zijn best doet. De leerling die er goed voor staat, doet het even wat rustiger aan of stelt andere prioriteiten. Het geven van punten zorgt er vaak voor dat een leerling niet laat zien wat hij kan. Schakel dat mechanisme uit en beoordeel je leerlingen anders. Iedereen heeft andere capaciteiten en iedereen voor hetzelfde werk met objectieve norm een punt geven, zou talenten wel eens uit kunnen nodigen om zich niet verder te ontwikkelen.

Beschouw de leerling als totaal, waardeer summatief én formatief en geef op basis daarvan een rapportpunt. Maar onvoldoende, voldoende, goed en uitstekend werken ook prima.

Summatief en formatief beoordelen

  • Summatief beoordelen doe je om te selecteren: de leerling haalt een voldoende en met voldoende voldoendes ga je over.
  • Formatief beoordelen zet je in om ervan te leren: waar sta ik, wat moet ik nog bijspijkeren.

Formatief toetsen legt de verantwoordelijkheid voor het leren voor een belangrijk deel bij de leerling. Díe bepaalt of hij tevreden is met het beheersingsniveau. Dat kan hij natuurlijk niet zelf; de leraar is de deskundige en deze moet aan zijn leerlingen duidelijk maken wat het gewenste beheersingsniveau is en iedere leerling zijn eigen feedback geven op zijn taalgebruik en zijn aanpak.

Nu is het vaak zo dat de eindtoets beslissend is voor het oordeel dat wij hebben over het niveau van de leerling. Terwijl we weten dat dát niveau na twee weken verdwenen is. Tenzij je leerlingen zover hebt gebracht dat de kennis geïnternaliseerd is en dat de leerling hem te allen tijde kan oproepen en inzetten. Dát je een summatieve toets inzet is dus niet zo fout (Sir Ken Robinson en andere onderwijsvernieuwers fulmineren tegen “standardized testing”), maar dat je alleen díe uitslagen interpreteert als niveau, lijkt -met de kennis van nu- kortzichtig.

Op veel scholen bepalen toetscijfers in hoge mate het overgangscijfer. Zelfs zó erg dat leerlingen in de laatste toetsweek een schooljaar kunnen maken of breken.

In je lesgeven zou je het zó moeten organiseren dat de uitslagen van summatieve toetsen je niet verrassen. Dat kun je bereiken door:

  • leerlingeninbreng in een les zorgvuldig te organiseren;
  • leerlingen zichzelf / elkaar te laten testen (summatieve toetsen formatief inzetten);
  • complexe opdrachten te geven, die niet volbracht kunnen worden zonder een bepaald kennisniveau. BruutTAAL voorziet deze opdrachten vaak van een leermatrix. Leerlingen weten aan welke eisen ze moeten voldoen en worden uitgedaagd om excellent werk af te leveren.

Uiteindelijk kun je je afvragen of al die compo’s, proefwerken en overhoringen DIE JIJ NAKIJKT allemaal wel nodig zijn. Niemand wordt leraar omdat het nakijken zo leuk is. Maar je wilt leerlingen graag verder helpen. Uit onderzoek blijkt ook dat dát de meest kritische factor is in succesvol lesgeven: kwalitatieve feedback geven aan individuele leerlingen. (Vaak toetsen staat in dit onderzoek op plaats 79, oefenen voor toetsen (examentraining) staat nog lager, (Hattie, 2009))

Zet je device in om dom nakijkwerk uit te besteden. Quayntoetsen hebben we voor de vaardigheden lezen, spellen, formuleren, luisteren, kijken, taalkunde en grammatica. Omdat alle toetsitems gemetadateerd zijn, wordt het nakijken door de computer slim ingezet. Doorziet Sjors bij de leesteksten niet de bedoeling van de schrijver? Ziet Fatma de structuur van de tekst niet? Heeft Dieuwertje een beperkte woordenschat? Quayn geeft je inzicht in wat voor individuele leerlingen de problemen zijn. Ook zie je in één oogopslag of er klassikaal onderdelen slecht gemaakt worden. Waardevolle informatie bij de bespreking van een werk en voor de verdere invulling van je programma.

Het waarderen van werkstukken waar leerlingen eigen energie in hebben gestoken geeft je voldoening en kun je prima gebruiken om leerlingen persoonlijke, waardevolle feedback te geven.

S/F/D

In de schema's leeswerk, schrijfwerk, etcetera zie je achter iedere les(sencyclus) een S, F of D staan: Summatief, Formatief, Duurzaam. BruutTAAL gebruikt deze termen op de volgende manier.

  • Summatieve onderdelen hebben een hoog goed/fout-gehalte.
  • Formatieve onderdelen doe je om ervan te leren, de feedback (door leraar of medeleerling) moet je een stapje verder brengen.
  • Duurzame onderdelen leren je vaardigheden die jou als persoon beter laten functioneren. Denk aan 21e-eeuwvaardigheden.

Deze indeling heeft geen enkel waardeoordeel in zich. Nederlands is een complex vak. Niet zo overzichtelijk als bijvoorbeeld natuurkunde of geschiedenis ; - ) . Voor de diverse vaardigheden zet je passende didactiek in en dus varieer je. Je wilt leerlingen een compleet beeld geven van hun mogelijkheden en hun leervragen.

De Leermatrix

Heel langzaam ontdekt het onderwijs het formatieve beoordelen: Niet leren voor de toets, het leren zelf is belangrijk. Leren voor de toets heeft als nadeel dat die toets belangrijk lijkt. Leerlingen (niks evolutionairs is hun vreemd) passen zich aan door na de toets alles weer te vergeten. Jammer.
Formatief beoordelen probeert dat nadeel te ondervangen door de de toets niet als eindpunt te nemen, maar als onderdeel van het leerproces.

BruutTAAL propageert het formatief lesgeven en vult dat onder andere als volgt in. Bij complexe opdrachten gaat het erom dat leerlingen een product maken / een prestatie neerzetten waar ze trots op kunnen zijn, dat nodigt hen uit zich ook echt gaan inspannen. Om de kans daarop zo groot mogelijk te maken, geef je als leraar zo duidelijk mogelijk aan waardoor een opdracht echt goed kan worden. BruutTAAL gebruikt bij veel complexe opdrachten (hier bijvoorbeeld) de Leermatrix: in de linkerkolom vindt de leerling wat hij moet doen om beoordeelbaar te zijn. De minimumeisen, zeg maar. Om er écht iets van te maken, geeft de rechterkolom tips. 

Leerlingen steken energie in een opdracht. Dat waardeer je. Iedere leerling heeft met welk eindproduct dan ook recht op die waardering, ook al valt die wel eens tegen. Geen eindniveau benoemen heeft als bij-effect dat leerlingen vaak wegen bewandelen die jij niet kunt verzinnen.

Mastery learning

Leren tot je de stof beheerst. Een steeds hogere score halen. Bij sommige onderdelen van Nederlands kun je die leerstrategie succesvol inzetten.  In Quayn zet je oefenstof klaar en leerlingen oefenen een onderdeel zo vaak als ze willen. De nog steeds groeiende itembank geeft veel materiaal om digitaal te differentiëren.

BruutTAALs itembank

Verder

Onderwijs in de 21e eeuw

In deze Prezi zie je een aantal inspirerende filmpjes over onderwijs dat in onze tijd kinderen vooruit helpt, met oa Ken Robinson, Sugata Mitra en Abbey!