Zoeken

Het sabotagehulpwerkwoord al eens gebruikt?


 

Leerlingenwerk

Leerlingen werken in de klas in een schrift. Denk eraan om de kinderen vaak het scherm dicht te laten doen. Een scherm leidt af en te veel schermtijd op een dag is ARBO-technisch niet gewenst. 
Dat schrift is voor het klassikale werken, wat BruutTAAL vaak organiseert, voor het ongeleide denkwerk, om aantekeningen te maken, om poppetjes in te tekenen. Veel leerlingen vinden dat fijn en schrijven is een bezigheid die gunstige bijvangst heeft: je ontwikkelt je fijne motoriek én datgene wat je schrijft beklijft beter dan wanneer je typt. Werk dat kinderen echt willen bewaren komt via het device op een opslagplaats te staan. Dat levert een extra leermoment op: handgeschreven aantekeningen verwerken tot bruikbaar onthoudmateriaal.

Als leerlingen digitaal gaan werken met BruutTAAL begin je dan ook met het eerste onderdeel van Mediawijsheid.  Daar leren ze om hun werk te beheren op een manier die het jou gemakkelijk maakt om leerlingenwerk te bekijken:

Werkmap

In de werkmap bewaren leerlingen alles waar ze mee bezig zijn.en wat af is. Het is ook een archief. Je kunt er gemakkelijk alles terugvinden. De indeling van deze map komt bijvoorbeeld overeen met de indeling van het vak Nederlands op de website van BruutTAAL. VWO'ers kun je ook een eigen indeling laten maken. Mavo- en havoleerlingen hebben graag een geboden structuur, dat kan ook een totaal andere zijn, natuurlijk.

Showmap (portfolio)

De showmap is de plaats waar de leerling werk opslaat waar hij echt goed aan gewerkt heeft en waar hij trots op is. Zó trots dat het de moeite van het speciaal bewaren waard is. De leerling geeft hiermee aan wat hij als zijn niveau ziet.
De showmap kan natuurlijk ook een openbare site zijn. In het werkboek Mediawijsheid krijgen leerlingen daar uitleg en opdrachten over.

Voortgangsverslag

Eén keer in een halfjaar schrijft elke leerling een uitgebreide evaluatie. Je kunt de opdracht aanpassen aan je eigen wensen. Jij weet hoe je het halfjaar hebt ingedeeld, wat je gedaan hebt en kunt dus feedback vragen op van alles en nog wat. Het verslag geeft jou informatie over de leerling vanuit zijn eigen perspectief. Ook over jouw lessen en over zijn functioneren in de klas.

Een gesprek naar aanleiding van het verslag ligt voor de hand. Dat kunnen één-op-ééngesprekken zijn, maar ook in kleine groepen kunnen deze gesprekken uitgroeien tot boeiend materiaal.

Een vorm

Als je alleen werkt

Kies uit de volgende lijst 5 uitspraken die het meest bij jou passen en zet op plaats één de uitspraak die het meest op jou van toepassing is, enzovoorts.

  • Ik doe dingen graag op mijn eigen manier.
  • Ik kan makkelijk een uur goed aan het werk blijven.
  • Ik vind het moeilijk om werkstukken op tijd af te hebben.
  • Ik heb graag dat er precies gezegd wordt hoe ik iets moet doen.
  • Bij een moeilijke opdracht vraag ik meteen om hulp.
  • Ik leer graag.
  • Ik maak liever 20 kleine opdrachten dan 1 grote die net zo lang duurt.
  • Ik wijk wel eens van opdracht af om hem voor mezelf interessanter te maken.
  • Ik onderzoek/ experimenteer  graag.
  • Ik maak liever 1 grote opdracht dan 20 kleine die net zo lang duren.
  • Het leuke van een werkstuk is dat je zelf voor een groot deel mag bepalen wat je leert.
  • Voordat ik aan de slag ga bedenk ik even heel bewust hoe ik iets ga aanpakken.
  • Als een opdracht niet lukt, leg ik hem snel aan de kant.
  • Werkstukken heb ik op tijd af.
  • Ik vind het moeilijk om te blijven werken als er geen leraar in de buurt is.

Als je in een groep werkt

Kies hieronder 3 uitspraken die het meest bij jou passen en zet op plaats één de uitspraak die het meest op jou van toepassing is, enzovoorts.

  • Ik probeer de makkelijkste taak te krijgen.
  • Ik probeer de meest interessante taak te krijgen.
  • Ik pak de taak die overblijft.
  • Ik ben een nuttig groepslid.
  • Ik kan goed taken verdelen.
  • Ik overzie wat iedereen moet doen.
  • Ik vind het prettig om anderen te helpen.
  • Ik ben meer een leider.
  • Ik ben meer een volger.
  • Ik houd me aan afspraken, óók die met medeleerlingen.
  • Mensen werken graag met mij samen.
  • Ik houd me in discussies vaak wat afzijdig.

De terugblik

Tot slot schrijf je een terugblik op dit halfjaar Nederlands. Daarin beantwoord je vragen als: Hoe is de overgang van de basisschool/ je vorige klas naar deze school/klas bevallen? Wat zijn de grootste verschillen? Wat vind je moeilijk? Wat vind je gemakkelijk? Moet je veel moeite doen om de lessen te volgen? Doe je dat dan ook? Wat mis je in de lessen? Heeft je leraar in de gaten hoe jij werkt? Helpt hij je als dat nodig is? Zou je willen dat hij dat meer deed? Aan welke opdracht(en) heb je met het meeste plezier gewerkt? Van welke opdracht(en) heb je het meest geleerd? Welke opdracht vond je vervelend? Waarom? Leer je hier in de klas genoeg? Wat vind je dat je in het komende halfjaar echt beter moet gaan doen? Wat wil je de komende tijd bij Nederlands echt goed leren? Zou je jezelf graag als leerling in de klas hebben? Is je leraar tevreden over jou? Is hij tevreden over je werk?
Deze terugblik wordt een tekst met een kop en een staart, dus geen rijtje antwoorden. Natuurlijk mag je ook eigen vragen beantwoorden en vragen waar je helemaal niks mee kunt, mag je overslaan. Zo wordt jouw tekst een persoonlijke en dat is nou precies de bedoeling. Schrijf ook een eigen titel.

Structuur

Door leerlingen consequent te laten werken in de structuur van de site, wordt het steeds makkelijker om de weg te vinden en leren kinderen ook wat over Nederlands: via zinnen ontleden kom je bij onderwerp en via woorden benoemen kom je bij zelfstandig naamwoord.

Het lijkt simpel, maar voor een eersteklasser zijn de begrippen vaak nog lege hulzen. Zoeken op de site helpt mee aan dat begrip.