|
|
| home | zoeken | contact | lerarenkamer | 7Days | Teleblik | |
||||||||||
woorden benoemen |
lidwoordenLidwoorden staan nooit alleen, ze horen altijd bij een zelfstandig naamwoord. Het lidwoord past zich aan, aan het zelfstandig naamwoord, het geeft het geslacht aan. In het Frans (le en la) en het Duits (die, der, das) zie je dat heel duidelijk. Maar ook het Nederlands kent dus geslachten. Er zijn twee soorten:
Dat zit zo: vergelijk maar eens de straat en een straat. Met de straat bedoelen we een bepaalde straat; een straat kan elke straat zijn.
Het meervoud van ‘de computer’ is ‘de computers’; het meervoud van ‘een computer’ is ‘computers’. Het meervoud van ‘het boek’ is ‘de boeken’; het meervoud van ‘een boek’ is ‘boeken’. Bij dierennamen zie je mooi dat lidwoorden een geslacht aangeven (de-woorden zijn mannelijk of vrouwelijk, bij het-woorden zie je niet of het een mannetje of vrouwtje is):
Het verschil tussen bepaald en onbepaald lidwoord heeft gevolgen voor het bijvoeglijk naamwoord: Als Ali B rapt in “Wat zou je doen” (met Marco Borsato) dan zegt hij: Iedereen heeft het recht op een eerlijke leven en ze kunnen nog zoveel op deze wereld beleven *Een eerlijke leven is geen correct Nederlands, het eerlijke leven wél. Dus: als een het-woord (leven) een onbepaald lidwoord krijgt (een), dan verdwijnt de e aan het eind van het bijvoeglijk naamwoord dat ertussen staat. Het eerlijke leven Ü Een eerlijk leven Het lieve meisje Ü Een lief meisje Als je *een lieve meisje of *een eerlijke leven zegt, verraad je meestal dat Nederlands niet je moedertaal is.
Ook bij het gebruik van het betrekkelijk voornaamwoord is het belangrijk om je te realiseren dat het geslacht van het antecedent bepaalt welk voornaamwoord je moet gebruiken.
|
Het klinkt voor ons erg raar als iemand zegt: De paard. Realiseer je eens dat als jij in het Duits of Frans een verkeerd lidwoord kiest, dat voor een Duitser of Fransman net zo raar klinkt. Leer je lidwoorden dus zo goed mogelijk meteen erbij. | |||||||||
|
lesmateriaal
|
|||||||||||
| zelf oefenen | |||||||||||