Leesplezier is nadrukkelijk het hoofddoel bij het
fictieonderwijs van bruutTAAL.
Is het geen verloren zaak om
kinderen nog aan het lezen te krijgen op de middelbare school? Nee. We
hebben niet de illusie van iedereen
een lezer te kunnen maken, maar we gaan wel proberen om iedereen te laten
ervaren dat een mooi verhaal je kan verrijken, dat in stilte lezen een genot
kan zijn, dat verzonnen verhalen vaak echter zijn en je meer kunnen raken
dan al het reallife geweld op tv.
Hoewel een leesverslag
persoonlijk kan zijn en je al schrijvend inzicht kan opleveren, is bruutTAAL er geen voorstander
van om leerlingen structureel een x-aantal van die verslagen per jaar te
laten maken. Ook het lezen ervan is niet altijd een onverdeeld genoegen.
Op de
fictiepagina's van de leerlingen zie je een paarvoorbeelden van verwerkingsopdrachten naar aanleiding
van gelezen boeken.
Die opdrachten hebben met elkaar gemeen dat ze ruimte geven voor de
persoonlijke inbreng van de leerling, ruimte geven voor diepgang en een appél (streepje mag zo wel van
het groene boekje) doen op de creativiteit. Verslagen worden gekopieerd, deze opdrachten niet; het is
veel te leuk om ze zelf uit te voeren.
Bij het ontwerpen van het lesmateriaal laat
bruutTAAL zich inspireren door Aidan Chambers' De Leesomgeving en
Vertel eens. Het poëziemateriaal is geordend volgens Ebbers en
Steeghs' leerlijn poëzie: Ga met een blauw paard dwars door de bergen,
SLO Enschede 2007 en mede
geïnspireerd door het dossier Poëzie en Onderwijs op
www.poeziecentrum.be.
De leerlijn fictie is te vinden in
het basisiboek
van het Lerarenmateriaal.