|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

Lerarenkamer

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

 

BruutTAAL   motiveert
BruutTAAL onderbouw
BruutTAAL de praktijk
BruutTAAL    de leraar
taalbeheersing
fictie
BruutTAALs Boeken
werkwoordspelling
grammatica
SpelSpieker
teleblik
reacties recensies
tarieven
contact/bestellen
gratis proefpakket
disclaimer
onderwijsnieuws VO

 

Werkwoordspelling

Probleem

"Ze kunnen niet meer spellen".

Al redelijk genuanceerd, in tegenstelling tot de mensen die vragen: "Leren ze nog wel iets bij Nederlands?", als ze een d/t-fout (denken te) constateren. De Nederlandse les ontstijgt gelukkig het struikelblokkenniveau.

Maar: er is een probleem. Niet van deze tijd, maar van alle tijden. Ook in schrijfsels van collega's, nagenoeg allemaal eerstegraders, kom je regelmatig fouten in de werkwoordspelling tegen. Dat zijn geen vergissingen, want je snapt het systeem of niet.

Als de slimste mensen van Nederland het niet voor elkaar krijgen een volstrekt logisch systeem te snappen, hebben we een probleem.

Oorzaak 1: De didactiek klopt niet

Ellenlange oefeningen met persoonsvormen dan ellenlange oefeningen met voltooide deelwoorden dan met bijvoeglijke naamwoorden en uiteindelijk 2 oefeningetjes met alles door elkaar. Het zet geen zoden aan de dijk.

De vaardigheid die dus blijkbaar niet beheerst hoeft te worden is: in een oefening met allemaal persoonsvormen de juiste schrijfwijze invullen.

Oplossing 1

Wat wél aangeleerd moet worden, is je afvragen met welke vorm je te maken hebt, want als je die zeker weet, is het toepassen van de spelregel eenvoudig.

Oorzaak 2: dt bestaat niet

"Hoe spel je hij loopt?" "Met een t".

"Hoe spel je hij werkt?" "Met een t".

"Hoe spel je hij fietst?" "Met een t".

"Hoe spel je hij wordt?" "Met dt".

Oplossing 2

"Nee, met een t!"

Net als bij loopt, werkt en fietst staat ook bij wordt de laatste letter van de stam in de persoonsvorm. Door die apart te noemen lijkt het alsof woorden waarvan de stam op een d eindigt zich anders gedragen dan de andere. Bij loopt, werkt en fietst zeg je ook niet: met pt, met kt, met st.

 

De didactiek die bruutTAAL hanteert, leert iedereen die dat wil, foutloos spellen.