|
|
| home | zoeken | contact | lerarenkamer | 7Days | Teleblik | |
|
zinnen ontleden
|
naamwoordelijk gezegde (ng)
Een naamwoordelijk gezegde is een gezegde, waarin je meer te weten komt over het onderwerp. (zegt iets over het onderwerp).
Een naamwoordelijk
gezegde moet altijd de volgende twee elementen in zich hebben:
Het naamwoordelijk
gezegde bestaat uit alle werkwoorden in de zin die bij elkaar
horen + het naamwoordelijk deel.
Joris is al eerder ziek geweest.
(geweest
komt van zijn en kán
koppelwerkwoord zijn, ziek zegt iets over Joris (het
onderwerp): zieke Joris en is dus naamwoordelijk deel) Het naamwoordelijk gezegde is: is ziek geweest (Het woordje is is in deze zin hulpwerkwoord.)
|
Let op: Anne is thuis geweest.
Geweest komt van zijn, en dat kán koppelwerkwoord zijn, maar thuis is geen kenmerk of eigenschap van Anne; geweest is zww, thuis is een bijwoordelijke bepaling
Het werkwoordelijk gezegde is:
is geweest |