BruutTAAL in de nieuwe onderbouw
BruutTAAL onderschrijft volledig de nieuwe kerndoelen en neemt ze ook als uitgangspunt bij het ontwerpen van het leerplan. Met bruutTAAL zorg je ervoor dat leerlingen na klas 3 helemaal klaar zijn voor een succesvolle Tweede Fase.
Nederlands als creatief vak
Op geen enkel gebied komen leerlingen met een zo hoog niveau binnen als bij het vak Nederlands. Ze spreken en schrijven de taal al jaren. BruutTAAL wil de taalontwikkeling die kinderen zelf doormaken stimuleren door ze uit te dagen met opdrachten die vragen om creativiteit. Zulke opdrachten zorgen ervoor dat kennis wendbaar wordt. Uiteindelijk gaat dat ervoor zorgen dat zakelijke teksten leesbaarder worden. Mensen die kunnen spelen met taal, die taal voor zich kunnen laten werken, gebruiken taal die gelezen en gehoord wil worden.
Creativiteit vereist veel vaardigheid en beheersing van technieken. Hoe meer technieken een leerling beheerst, hoe meer hij ze kan inzetten bij het maken van eigen teksten.
Nederlands als steunvak
Het is duidelijk dat je taal het voertuig is van je gedachten, het is ook heel moeilijk denken zonder taal. Persoonlijke groei vertaalt zich in een groeiende taalvaardigheid, een groeiende taalvaardigheid verhoogt je leermogelijkheden. Het is belangrijk dat elke leerling daarbij eigen wegen kan bewandelen.
Leren doe je op de grens van weten en niet-weten, van kunnen en niet-kunnen. Bij iedereen ligt die grens ergens anders. Voorgeprogrammeerde oefenstof kan niet gemakkelijk tegemoet komen aan dat gegeven.
BruutTAAL wil daarom de leerling zijn taal laten gebruiken en de deskundigheid van de leraar zorgt er dan voor dat hij begeleiding op maat krijgt. De opdrachten van bruutTAAL zorgen voor een uitstekende vaardigheid met de tekstverwerker. Leerlingen ervaren de meerwaarde en het gemak daarvan door de werkwijze bij veel en diverse opdrachten.
Nederlands als studieobject
Het onderdeel taalbeschouwing probeert bij leerlingen gevoel voor het verschijnsel taal te ontwikkelen. Je kunt een taal beschouwen als een afgerond geheel dat door iedereen (bij correct gebruik) op dezelfde manier ingezet wordt. Leerlingen die zich verwonderen over het feit dat dat niet zo is, leren heel veel over de relatie tussen de taal en het leven. Rond deze leeftijd neemt het vermogen tot abstraheren ineens enorm toe, kunnen leerlingen óver taal gaan praten, metacommuniceren. De ene leerling is daar wat verder in dan de andere.
De opdrachten geven op elk niveau voldoende aanknopingspunten. Ook aandacht voor traditionele grammatica. Er zijn tegenstanders van grammaticaonderwijs. Die zeggen dat grammaticale kennis je geen betere taalgebruiker maakt. Misschien hebben die mensen gelijk. Maar om dan te beslissen geen grammaticaonderwijs meer te verzorgen als leraar Nederlands is ook weer zonde.
In de eerste plaats is het heel leuk om grammatica te geven: spelen met zinnen, een klas op het verkeerde been zetten en uiteindelijk inzicht zien doorbreken. Het zijn succesmomenten die je niet graag wil missen. Ook doe je met name vwo-leerlingen tekort doet als je ze dit onderdeel ontzegt. En als mavo - en havo-leerlingen er profijt van hebben bij het leren van hun vreemde talen, is er niks mis mee om ze wat basisbegrippen aan te leren. Er zijn onderzoeken die dat profijt ondersteunen en er zijn er die dat tegenspreken. Betrek je eigen stelling.

