|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

zinnen ontleden

persoonsvorm
onderwerp
gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling
bijvoeglijke bepaling
de samengestelde zin

 

zelf oefenen

onderwerp

 

 

onderwerp  (o)

 

Om een onderwerp te vinden, maken we gebruik van het feit dat onderwerp en persoonsvorm een eenheid vormen; als de een in het enkelvoud staat, moet de ander ook in het enkelvoud staan. Er zijn zelfs talen, waarin onderwerp en persoonsvorm soms in één woord verenigd  zijn.(Latijn, Turks, Spaans, Italiaans).

 

Als je de persoonsvorm van getal verandert (van enkelvoud naar meervoud of van meervoud naar enkelvoud) moet er een zinsdeel mee veranderen. Dat zinsdeel is het onderwerp.

 

voorbeeld:

Gelukkig vond ik nog net op tijd mijn agenda.

vond is persoonsvorm en staat in het enkelvoud. Dat wordt vonden in het meervoud.

Dan krijg je de zin:

*Gelukkig vonden ik nog net op tijd mijn agenda.

Die zin klopt niet, maar je kunt hem weer kloppend maken door ik  te veranderen in wij

Gelukkig vonden wij nog net op tijd mijn agenda.

In de eerste zin was ik dus onderwerp.

 

LET OP: SOMS IS VAN GETAL VERANDEREN NOG NIET ZO MAKKELIJK

  • Als je een naam in het meervoud moet zetten voor de onderwerptest, zet dan 2 namen.

  • Staat er een woord dat niet in het meervoud te zetten is, gebruik dan een woord of woordgroep op die plaats dat wel een meermeervoudsvorm heeft.

  • Is het onderwerp een complete zin, bijvoorbeeld in: Waarom wordt mij nooit eens gevraagd om dit goed uit te leggen? (onderwerp is schuingedrukt), vervang dan eerst die bijzin door één woord (dit), dan voel je weer heel duidelijk dat 't bij het woordje dit wringt. Je kunt dat dan kloppend maken door het te vervangen door een meervoudsvorm (bijvoorbeeld: deze dingen)

 



Dat onderwerp en persoonsvorm qua 'getal' een eenheid vormen, noemen we congruentie.

 

 

 

*ongrammaticale zin