|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

fictie

 

klas 1
klas 2
klas 3
poezie waarderen
BruutTAALs Boeken

 

Je kunt een gedicht qua vorm waarderen om zijn

 

 

 

Klokhuis Poëzie

Hagar Peters, dichteres

 

 

Poëzie waarderen

 

Inhoud

Een tekst, een gedicht kan op verschillende manieren waarde voor je hebben. Je kunt de inhoud waarderen, het onderwerp spreekt je aan, of de manier waarop de schrijver dat onderwerp behandelt: origineel, verrassend, slim, gevoelig.

 

Vorm

Maar ook de vorm, de manier van schrijven, de schrijfstijl kan jou aanspreken.

Als we over vorm praten, dan heeft taal heel wat mogelijkheden die door schrijvers, en vooral dichters al flink gebruikt en ontwikkeld zijn. Hieronder zie je wat eigenschappen waar je poëzie om zou kunnen waarderen.

 

·         Taalkwaliteit

Spelen met taal, de taal naar je hand zetten. Woorden en zinnen zó opschrijven dat ze precies uitdrukken wat jij wilt zeggen. Een dichter (en dat ben jij ook als je een gedicht schrijft) heeft ‘dichterlijke vrijheid’; hij hoeft zich niet aan de regels te houden, want hij heeft er een bedoeling mee. Wat mogelijkheden:

§  Nieuwe woorden maken:

 Ik ben de blauwbilgorgel, Mijn vader was een porgel (Cees Buddingh’)

§  Woorden van woordsoort laten veranderen:

Meneer De Wit liep te giraffen

§  Een vaste uitdrukking verbouwen:

Ik ben me d’r eentje (Herman Finkers)

§  Een personificatie (levenloze dingen geef je menselijke trekjes):

De nacht werd wakker, de zon stond op

§  Een eigen spelling:

fantasties

De bedoeling van dit alles is wel dat de dichterlijke vrijheid bijdraagt aan de kracht van het gedicht. Je snapt dat het een kleine moeite is om er je gedicht mee te verpesten. Een dichter die deze (en andere) taalmiddelen goed gebruikt, bereikt dat zijn taal fris en nieuw overkomt, dat je een lezer als het ware dwingt om de woorden echt te zien.

 

·         verstopte betekenis

Duidelijk zijn door onduidelijk te zijn, betekenis versterken door hem te verstoppen. Alleen wie moeite doet, mag dit begrijpen, heeft de voldoening de gedachte van de schrijver te kunnen volgen.

Lees maar, er staat niet wat er staat is de titel van een dichtbundel. Dichters vinden het een uitdaging om hun gedachten in weinig woorden uit te drukken. Om in die weinige woorden tóch veel te zeggen zie je vaak dat ze extra betekenis verstoppen onder de woorden die je ziet staan. Soms zie je die wel, een andere keer weer niet. Soms denk je dat er een tweede betekenislaag is, maar is die er niet. Of niet voor jou. Of nog niet voor jou. Soms heb je voorkennis nodig en heb je die nu nog niet, maar valt een paar maanden later ineens het kwartje door iets wat je op tv ziet.

Probeer daarom bij het lezen van poëzie altijd meteen op je hoede te zijn als je denkt: Wat een onzin, of Dit klopt helemaal niet, of Wat gek want je hebt veel kans dat de schrijver je iets wil vertellen, maar dat je daar wel even moeite voor moet doen.  Het is normaal om een gedicht te blijven lezen tot je het helemaal snapt.

 

·         constructiekwaliteit

Bij proza bepaalt de drukker, het papierformaat welk woord op een volgende regel begint. Een dichter denkt er zelf over na. Als je een gedicht overneemt, moet je je ook altijd houden aan de bladspiegel (de opmaak op de pagina) die de dichter bedacht heeft.

Je hebt gedichten die een vrije vorm hebben: de schrijver bepaalt helemaal zelf wanneer hij op een volgende regel begint, hoe lang elke regel is, hoeveel spaties hij tussen woorden zet, uit hoeveel versregels een strofe bestaat. Dit noemen we ‘moderne gedichten’. Het moderne zit ‘m dus absoluut niet in het onderwerp of de woordkeuze, alleen in de vorm: geen regels.

Zo gauw een dichter begint aan eindrijm, regelmatige regellengte, regelmatige strofeopbouw noemen we zijn gedicht ‘traditioneel’. En weer: dit gaat alleen over de vorm.

Vaak heeft een gedicht een vorm die al vaker gebruikt is, zó vaak dat de vorm een naam heeft en dat je hem kunt herkennen.

 

Een aantal bekende dichtvormen:

 

160                    De SMS-vorm: je gebruikt precies 160 tekens, inclusief spaties. Kijk op www.precies160.nl voor mooie voorbeelden.

 

 Acrostichon    Een naamdicht: de eerste letters van de strofen of de versregels vormen een naam. Het Wilhelmus is een acrostichon; de eerste letters van elke strofe vormen WILLEM VAN NASSOV.

 

Elfje                   Elf woorden verdeeld over 4 regels: 1,2,3,4,1

Een

mooi vers

mag stokoud zijn

goede woorden bederven niet

snel

 

Epigram            Een kort gedicht met een grapje, een woordspeling. Een Epitaaf is een grappig bedoeld versje voor op een grafsteen.

                                Hier ligt acrobaat  Clement

                                In de grond een stijve vent

 

Haiku                 Van oorsprong Japans met de natuur als belangrijk onderwerp, 3 regels, 17 lettergrepen (5-7-5), met in de laatste regel een verrassend element, iets dubbelzinnigs.

Het lammetje wil

maar niet uit moeder tevoor-

schijn komen, het schaap

 

Limerick            Vijf regels met een voorgeschreven rijmschema, regellengte en ritme. Inhoudelijk gaat een limerick bijna altijd over een persoon en is het laatste woord van de eerste regel een plaatsnaam, of persoonsnaam. Een goede  limerick is grappig.

                                   Rijmschema:

                                   AABBA (de 1e, 2e en 5e regel rijmen op elkaar, net als de 3e en 4e )

                                   Regellengte en ritme:

                                                  .     -     .     .     -     .     .     -     .

                                                  .     -     .     .     -     .     .     -     .

                                                  .     -     .     .     -

                                                  .     -     .     .     -

                                                  .     -     .     .     -     .     .     -     .

Belangrijk in dit metrum is het aantal beklemtoonde lettergrepen: 3,3,2,2,3 (de streepjes - zijn klemtonen)

Een voorbeeld van de ‘meester van de limerick’ John O’Mill:

A terrible infant called Peter

Once springled his bed with a Geter

His father got woost

Took hold of a cnoost

And gave him a pack on his meter

 

Sonnet              Zo gauw je een gedicht met 14 regels ziet ga je kijken of het een sonnet zou kunnen zijn. Die 14 regels kunnen verschillend gegroepeerd zijn: 8-6, 4-4-3-3, 8-3-3, 4-4-6, 8-2-2-2 en een heel bijzonder sonnet: 12-2, 4-4-4-2 (het ‘Shakespearesonnet’)

                          Een sonnet heeft bijna altijd eindrijm, oorspronkelijk volgens het schema:

                                                  ABBA ABBA CDC DCD

                                   maar daar wordt flink mee gevarieerd.

                          Inhoudelijk zit er ergens in het gedicht een verandering van toon, een wending (de chute). Traditioneel zit die wending na 8 regels, bij het Shakespearesonnet na 12 regels.

 

                           Hier vind je een 'verfilmd' sonnet.

 

Een schrijver die zich in een vorm laat dwingen heeft daar zowel last als plezier van. Aan de ene kant beperkt de vorm je vrijheid, maar aan de andere kant brengt deze dwang je ook op ideeën  die je anders waarschijnlijk niet gehad zou hebben.

·         klankkwaliteit

Dat veel gedichten rijmen, dat weet je. Rijm = klankovereenkomst in beklemtoonde lettergrepen (Houden en fietsen hebben wel dezelfde slotlettergreep, maar dat voelen we niet als rijm). Dat kan aan het einde van de regel maar ook op andere plaatsen kunnen klanken overeenkomen.

Hoe laat gaat de trein?

Wie Weet Waar Willem Wever Woont?

Paard slaapt graag maar draaft daar vaak naast Klaas.

Je ziet: spelen met klank is niet altijd mooi, het kan ook heel lelijk zijn. Veel sinterklaasgedichten zijn niet om aan te horen.

Naast rijm kennen we ook ritme: regels die lekker lopen, waar geen lettergreep te veel in staat, die gemaakt zijn om hardop te lezen en om naar te luisteren. Ritme ontstaat door de afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen:

Kinderen klauteren vaak in de zomer naar moeders gezicht

Ritme:   -   .   .   -   .   .   -   .   .   -   .   .   -   .   .   -

Als je een lied schrijft, is ritme enorm belangrijk. Je wilt de klemtoon in een woord overeen laten komen met de klemtoon in de muziek.

 

 

 

 

 

 

Links

Mooie gedichten vind je in de bibliotheek. Laat je de weg wijzen door de (jeugd)bibliothecaris.

Poëzie op internet is meestal gemaakt door amateurs. Daar is niks op tegen. Maar bij een schrijver die betaald wordt voor zijn schrijfsels heb je meer kans op vakmanschap en dus meer kans op leesplezier.

 

Poëzieopdrachten

In het Lerarenmateriaal

Maak een Sfeergedicht

Verknipte gedichten

Het diepst van je gedachten

 
Op de site

Telgedichten

Plaatjes van gedichten

Gedichten op recept

Dichters mogen alles

Verfilm een gedicht

Mijn gedicht

De monoloog