|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

Lerarenkamer

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

 

BruutTAAL   motiveert
BruutTAAL onderbouw
BruutTAAL de praktijk
BruutTAAL    de leraar
taalbeheersing
fictie
BruutTAALs Boeken
werkwoordspelling
grammatica
SpelSpieker
teleblik
reacties recensies
tarieven
contact/bestellen
gratis proefpakket
disclaimer
onderwijsnieuws VO

 

vergelijkt kosten van onderwijsmethodes

 

BruutTAAL in de praktijk

Een Nederlandse les met bruutTAAL is bij voorkeur minstens 75 minuten lang, 100 minuten is ideaal.
Ten eerste is er echt meer tijd dan in twee 50-minutenlessen; je verliest natuurlijk veel minder aan leswisselingen die alles bij elkaar toch 10 minuten per les opsouperen. Ten tweede bevordert het rust, leerlingen zijn minder gestrest, kunnen echt werken aan opdrachten omdat ze tijd hebben. Leerlingen gaan makkelijker de diepte in, als ze de tijd krijgen om lekker door te werken.
Als leraar heb je veel meer aandacht voor de individuele leerlingen, kun je iedereen op zijn eigen niveau verder helpen. Een grotere eenheid dan 50 minuten geeft je ook veel meer zeggenschap over de inrichting van je tijd. Niet de zoemer bepaalt wat er gebeurt, maar jij.
In het Lerarenmateriaal is veel aandacht voor de organisatie in de klas, door het jaar heen.

Organisatie

De veelheid aan opdrachten en werkvormen moet zorgen voor een dynamiek in de klas, een werkende dynamiek welteverstaan. Je zult dan ook merken dat jouw rol een heel andere wordt: je krijgt tijd om naar leerlingen te kijken, om leerlingen te observeren, om groepen te begeleiden. Het zal best even duren voor je je eigen vorm gevonden hebt, maar het is de moeite waard. Je wordt weer de vakman, degene die leerlingen beter laat worden door hen op maat te bedienen.
Dat vergt ook het "met de handen op de rug"-lesgeven, een begrip uit het informaticaonderwijs. Je mag wel tips geven, maar de leerling moet het blijven doen. Jij moet niet achter het toetsenbord gaan zitten. Als je complexe opdrachten introduceert, geef dan aan dat leerlingen de eerste 15 minuten niet bij jou mogen aankloppen. Het is nu juist de bedoeling dat ze zelf fouten gaan maken, verkeerde keuzes gaan maken om uiteindelijk zélf de goede weg te vinden of beter gezegd: een goede weg.
Als je 200 minuten in de week Nederlands hebt in een klas, plan dan welke tijd door jou gevuld gaat worden en voor welke tijd leerlingen moeten zorgen dat ze werk hebben. Dat heeft te maken met allerlei factoren, niet in de laatste plaats de mogelijkheden van het lokaal of de andere ruimtes die je kunt gebruiken. Het spreekt voor zich dat jij je moet houden aan die planning: goed voorbeeld doet goed volgen.

Portfolio

De leerling bepaalt zelf wanneer iets 'bewaarklaar' is. Een map met mooi en goed werk, daar werkt hij aan: zijn mooiste teksten, gedichten, werkstukken, aangevuld met zijn resultaten. De leraar kan de leerling die nog niet zo kritisch is op zijn eigen werk, helpen om dat te worden door aan het werk eisen te stellen die de leerling zelf nog niet stelt. Dit moet het vanzelfsprekend maken dat leerlingen een eerste versie maken en die dan verbeteren, dat ze ervaren dat werk wat oplevert. En dat ze werk produceren waar ze trots op zijn.

Omgaan met dyslexie

Niet elke leerling doet evenveel opdrachten in een periode. Sommige leerlingen hebben meer tijd nodig voor een goed resultaat.
In plaats van allerlei dyslexieregelingen kiest bruutTAAL ervoor om leerlingen zelf te laten bepalen hoeveel ze produceren, waar ze veel aandacht aan willen besteden. Leerlingen die dat niet aankunnen, moeten natuurlijk heel erg geholpen worden met aan de gang blijven.