|
|
| home | zoeken | contact | lerarenkamer | 7Days | Teleblik | |
|
zinnen ontleden |
de samengestelde zin
Een samengestelde zin is een zin met 2 of meer persoonsvormen. Meestal herken je de 2 delen doordat er een komma of een voegwoord tussen staat. (Allebei kan ook). nevenschikkingDe voegwoorden dus of en want maar (DOEWM) zorgen voor nevenschikking: 2 zelfstandige zinnen naast elkaar; in beide delen staan persoonsvorm en onderwerp naast elkaar. Andere voegwoorden zorgen voor onderschikking.
In betekenis is er weinig of geen verschil, maar in zin a zie je in beide zinnen onderwerp en persoonsvorm naast elkaar staan. In zin b staat huiswerk ertussen. In zin a kún je er ook niks tussen krijgen en een lekker lopende zin overhouden. Als je een nevenschikkend voegwoord vervangt door een punt, houd je twee goede zinnen over.
onderschikkingBij onderschikking heb je een hoofdzin en één of meerdere bijzinnen. Om te bepalen welk deel hoofdzin is en welk deel bijzin, volgen hier een aantal hulpmiddelen.
· Een bijzin kun je vervangen door 1 woord en is altijd een zinsdeel in de hoofdzin. Een eenvoudige manier om de bijzin te vinden en te benoemen is dan ook:
· Maak de samengestelde zin vragend; de persoonsvorm van de hoofdzin komt dan voorop te staan.
· In een hoofdzin moeten pv en o naast elkaar staan; in een bijzin kan daar een zinsdeel tussen. |
Ook een bijvoeglijke bijzin is mogelijk, de bijzin is dan een bijvoeglijke bepaling:
De jongen die daar hard wegloopt,/ heeft / net / met mij / gezoend.
Deze bijzin begint meestal met een betrekkelijk voornaamwoord (die in dit geval), dat betrekking heeft op het woord ervoor (in dit geval jongen. |
|
|
||