|
|
| home | zoeken | contact | lerarenkamer | 7Days | Teleblik | |
|||||||||||||
werkwoord-
spelling
|
persoonsvorm
De persoon van het onderwerp bepaalt de vorm van het werkwoord.
a tegenwoordige tijd Alle regelmatige Nederlandse werkwoorden houden zich aan de volgende regels:
bijzonder geval:
In de gebiedende wijs gebruik je alleen de
stam: Maak vandaag maar eens geen huiswerk.
Sterke werkwoorden (die zó sterk zijn dat ze van klank kunnen veranderen) leveren over het algemeen geen schrijfproblemen op. Onthoud wel dat je in de verleden tijd nooit een extra ‘t’ schrijft. Hij *vondt is dus gruwelijk fout. De andere (zwakke) werkwoorden hebben in de verleden tijd dezelfde stam als in de tegenwoordige tijd en houden zich aan de volgende regels:
Om te bepalen of je de uitgang met een t of met een d moet nemen, zeg je het woord hardop. Je hoort dan welke letter je moet nemen.
|
De stam van een
werkwoord vind je door de klank
-en of –n
weg te halen bij de infinitief. Soms moet je dan de
schrijfwijze wat aanpassen.
De stam wordt
ook wel de ik-vorm genoemd.
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||