|
|
| home | zoeken | contact | lerarenkamer | 7Days | Teleblik | |
|
taalbeheersing |
|
|
|
|
begrippen bij tekstverklaren |
|
|
Een nieuwe alinea is een bewust begin op een nieuwe regel (met É). Met alinea's orden je je tekst en geef je de lezer houvast. Een bron is een plaats waar je informatie vandaan haalt. Dat kan een gedrukte bron zijn (een krantentekst, een tijdschriftartikel, een boek) of een digitale (een cd-rom, een internetpagina), maar ook bijvoorbeeld een persoon en een tv-programma kunnen dienen als bron. Als je een bron gebruikt, vermeld je dat altijd. Kijk hier hoe je dat doet. Letterlijke tekst uit een bron gebruiken, noemen we citeren. Geciteerde tekst zet je tussen aanhalingstekens en je vermeldt de bron. De hoofdgedachte van een tekst vertelt in één zin met persoonsvorm waar de tekst over gaat en wat daarover gezegd wordt. Het onderwerp van een tekst geeft met één woord of zinsdeel (zonder persoonsvorm) aan waar de tekst over gaat. Als je in eigen woorden vertelt wat je in een bron hebt gelezen, dan ben je aan het parafraseren. Je vermeldt de bron. Een regel is een horizontale rij woorden. Bij proza bepaalt de tekstverwerker wanneer de volgende regel begint. Bij poëzie doet de dichter dat. Een tekstdoel bepaal je door je af te vragen wat de schrijver wil dat het effect van deze tekst op jou is. Een zin loopt van hoofdletter tot punt.
|
||