gezegde
/
de tijden
Als je wilt vaststellen in welk tijd een
gezegde staat, dan doe je dat door te kijken naar de vorm van dat
gezegde. Laat je niet afleiden door de inhoud. Want
We doen vader en moedertje en dan was jij
vader en ik moeder. (Onvoltooid Verleden Tijd)
Zou jij gisteren niet langskomen?
(Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd)
Ik word maar zelden uitgenodigd.
(Onvoltooid Tegenwoordige Tijd)
Om de grammaticale tijd (dus
niet altijd de inhoudelijke) te bepalen, maak je 3 keuzes:
-
Onvoltooid of voltooid
Je hebt een voltooide tijd als je een
hulpwerkwoord van tijd in het gezegde hebt staan: hebben
of zijn (en niet worden, want dat is het
hulpwerkwoord van de lijdende vorm)
-
Tegenwoordig of
verleden Je kijkt in welke tijd
de persoonsvorm staat.
-
Toekomend of niet
Staat er een vorm van het hulpwerkwoord zullen in de zin,
dan staat de zin in een toekomende tijd.
-
De laatste letter van de
tijdafkorting hoef je niet te kiezen; dat is altijd de t van tijd.
Het benoemen van de juiste
tijd gebeurt dus met 3 of 4 letters: 1,2 en 4 staan er altijd en alleen
als er sprake is van een toekomende tijd, gebruik je ook de 3e
letter.
Bedrijvende (actieve) vorm
(het onderwerp is iets aan het doen)
|
1. O/V (hulpww?) |
2. T/V (persoonsvorm) |
3. T/- (zullen?) |
4. Tijd |
Afkorting |
| Onvoltooid |
Tegenwoordige |
- |
Tijd |
OTT |
|
Ik
voetbal. |
|
Onvoltooid |
Verleden |
- |
Tijd |
OVT |
|
Ik
voetbalde. |
| Voltooid |
Tegenwoordige |
- |
Tijd |
VTT |
|
Ik heb gevoetbald. |
|
Voltooid |
Verleden |
- |
Tijd |
VVT |
|
Ik had gevoetbald. |
| Onvoltooid |
Tegenwoordige |
Toekomende |
Tijd |
OTT |
|
Ik
zal voetballen |
|
Onvoltooid |
Verleden |
Toekomende |
Tijd |
OVT |
|
Ik
zou voetballen. |
| Voltooid |
Tegenwoordige |
Toekomende |
Tijd |
VTT |
|
Ik zal gevoetbald hebben. |
|
Voltooid |
Verleden |
Toekomende |
Tijd |
VVT |
|
Ik zou gevoetbald hebben. |
Lijdende (passieve) vorm
(er wordt iets met het onderwerp gedaan)
|
1. O/V (hulpww?) |
2. T/V (persoonsvorm) |
3. T/- (zullen?) |
4. Tijd |
Afkorting |
| Onvoltooid |
Tegenwoordige |
- |
Tijd |
OTT |
|
Ik
word geroepen. |
|
Onvoltooid |
Verleden |
- |
Tijd |
OVT |
|
Ik
werd geroepen. |
| Voltooid |
Tegenwoordige |
- |
Tijd |
VTT |
|
Ik ben geroepen. (geworden)* |
|
Voltooid |
Verleden |
- |
Tijd |
VVT |
|
Ik was geroepen. (geworden)* |
| Onvoltooid |
Tegenwoordige |
Toekomende |
Tijd |
OTT |
|
Ik
zal geroepen worden. |
|
Onvoltooid |
Verleden |
Toekomende |
Tijd |
OVT |
|
Ik
zou geroepen worden. |
| Voltooid |
Tegenwoordige |
Toekomende |
Tijd |
VTT |
|
Ik zal geroepen zijn. (geworden)* |
|
Voltooid |
Verleden |
Toekomende |
Tijd |
VVT |
|
Ik zou geroepen zijn. (geworden)* |
*Geworden voelt misschien een
beetje raar op deze plaats, maar ik laat even zien dat er net als in
de bedrijvende vorm ook hier eigenlijk een werkwoord bijkomt in de
voltooide tijd. In het Nederlands is geworden in deze vorm
bijna verdwenen.
Soms zie je
in teksten nog wel eens zinnen als: Over deze maatregelen is
indertijd zeer moeizaam onderhandeld geworden.
In het Duits
is het normaal om geworden in de voltooide tijd te laten
staan.
|