|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

zinnen ontleden

naamwoordelijk gezegde
werkwoordelijk gezegde
de tijden

 

 

Lesmateriaal

De tijden

gezegde / de tijden

Als je wilt vaststellen in welk tijd een gezegde staat, dan doe je dat door te kijken naar de vorm van dat gezegde. Laat je niet afleiden door de inhoud. Want

 

  • een gezegde dat in de verleden tijd staat, kan best over nu of dadelijk gaan:

We doen vader en moedertje en dan was jij vader en ik moeder. (Onvoltooid Verleden Tijd)

  • een gezegde dat in de toekomende tijd staat, kan best over gisteren gaan:

Zou jij gisteren niet langskomen? (Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd)

  • een voltooid deelwoord betekent niet meteen dat de zin ook in een voltooide tijd staat:

Ik word maar zelden uitgenodigd. (Onvoltooid Tegenwoordige Tijd)

 

Om de grammaticale tijd (dus niet altijd de inhoudelijke) te bepalen, maak je 3 keuzes:

  1. Onvoltooid of voltooid    Je hebt een voltooide tijd als je een hulpwerkwoord van tijd in het gezegde hebt staan: hebben of zijn (en niet worden, want dat is het hulpwerkwoord van de lijdende vorm)

  2. Tegenwoordig of verleden   Je kijkt in welke tijd de persoonsvorm staat.

  3. Toekomend of niet   Staat er een vorm van het hulpwerkwoord zullen in de zin, dan staat de zin in een toekomende tijd.

  4. De laatste letter van de tijdafkorting hoef je niet te kiezen; dat is altijd de t van tijd.

Het benoemen van de juiste tijd gebeurt dus met 3 of 4 letters: 1,2 en 4 staan er altijd en alleen als  er sprake is van een toekomende tijd, gebruik je ook de 3e letter.

Bedrijvende (actieve) vorm (het onderwerp is iets aan het doen)

1. O/V  (hulpww?) 2. T/V  (persoonsvorm) 3. T/-  (zullen?) 4. Tijd Afkorting
Onvoltooid Tegenwoordige - Tijd OTT

Ik voetbal.

Onvoltooid Verleden - Tijd OVT

Ik voetbalde.

Voltooid Tegenwoordige - Tijd VTT
Ik heb gevoetbald.
Voltooid Verleden - Tijd VVT
Ik had gevoetbald.
Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd OTT

Ik zal voetballen

Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd OVT

Ik zou voetballen.

Voltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd VTT
Ik zal gevoetbald hebben.
Voltooid Verleden Toekomende Tijd VVT
Ik zou gevoetbald hebben.

Lijdende (passieve) vorm (er wordt iets met het onderwerp gedaan)

1. O/V  (hulpww?) 2. T/V  (persoonsvorm) 3. T/-  (zullen?) 4. Tijd Afkorting
Onvoltooid Tegenwoordige - Tijd OTT

Ik word geroepen.

Onvoltooid Verleden - Tijd OVT

Ik werd  geroepen.

Voltooid Tegenwoordige - Tijd VTT
Ik ben geroepen. (geworden)*
Voltooid Verleden - Tijd VVT
Ik was geroepen. (geworden)*
Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd OTT

Ik zal geroepen worden.

Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd OVT

Ik zou geroepen worden.

Voltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd VTT
Ik zal geroepen zijn. (geworden)*
Voltooid Verleden Toekomende Tijd VVT
Ik zou geroepen zijn. (geworden)*

*Geworden voelt misschien een beetje raar op deze plaats, maar ik laat even zien dat er net als in de bedrijvende vorm ook hier eigenlijk een werkwoord bijkomt in de voltooide tijd. In het Nederlands is geworden in deze vorm bijna verdwenen.

Soms zie je in teksten nog wel eens zinnen als: Over deze maatregelen is indertijd zeer moeizaam onderhandeld geworden.

In het Duits is het normaal om geworden in de voltooide tijd te laten staan.