|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

woorden benoemen

voorzetsel

 

Een voorzetsel is een woord dat niet zelfstandig voorkomt, maar dat je ergens vóór zet.

Het hoort altijd bij een (voor-)naamwoord en is meestal het begin van een zinsdeel.

 

Voorzetsels zijn alle woorden die je bij ‘de kooi’ of ‘de vakantie’ kunt zetten en waarmee het dan een compleet zinsdeel vormt.

 

op de kooi, in de kooi, naast de kooi, via de kooi, wegens de vakantie, tijdens de vakantie.

 

Gek genoeg kan een voorzetsel ook wel eens achter dat zinsdeel staan:

  • Hij loopt het park in.

Merk wel het betekenisverschil op met:

  • Hij loopt in het park.

 

En het woordje in wordt ook niet gebruikt als in:

  • Hij loopt zijn schoenen in.

  • Hij loopt de achterstand in.

 

lidwoorden
naamwoorden
werkwoorden
voorzetsel
voornaamwoorden
bijwoord
telwoorden
voegwoord