|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

zinnen ontleden

persoonsvorm
onderwerp
gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling
bijvoeglijke bepaling
de samengestelde zin

 

Lesmateriaal

betekenisgeheel

 

voorzetselvoorwerp 2

voorzetselvoorwerp 3 

voorzetselvoorwerp  (vv)

Een voorzetselvoorwerp lijkt wat functie betreft erg op een lijdend voorwerp. Ook hier “wordt er iets gedaan” met dit zinsdeel.

Het grote verschil is dat een voorzetselvoorwerp altijd begint met een voorzetsel (en een lijdend voorwerp nooit)

Vgl.      a. Zoek je je paraplu?                   je paraplu         = lijdend voorwerp

            b. Zoek je naar je paraplu?          naar je paraplu  = voorzetselvoorwerp

Dat voorzetsel vormt één betekenisgeheel (zoeken naar = zoeken) met het zelfstandige (of koppel-)werkwoord in het gezegde.

Je vindt een voorzetselvoorwerp door te kijken naar de zinsdelen die met een voorzetsel beginnen. Kijk of dat voorzetsel een betekenisgeheel vormt met het zelfstandig werkwoord in het gezegde. Het zinsdeel dat begint met dat voorzetsel noemen we voorzetselvoorwerp.

Vaak is het gebruikte voorzetsel figuurlijk gebruikt.

Ik wacht op de trein. 

op de trein is voorzetselvoorwerp, het woordje op betekent niet echt op, want je zit niet op die trein terwijl je aan het wachten bent. Zou je dat wel bedoelen dan is ‘op de trein’ een bijwoordelijke bepaling van plaats.