|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

werkwoord-

spellingwelke vorm
welke schrijfwijze
bijzondere gevallen
andere moedertaal
SpelSpieker

 

Eerst moet je vaststellen met wat voor een woord je te maken hebt. Dit is de belangrijkste stap. Als je dit weet, kun je eigenlijk geen fout meer maken, want dan hoef je alleen nog maar de regel te volgen.

De 5 woordvormen die je moet kunnen onderscheiden:

 

 

1  persoonsvorm

Een persoonsvorm is een werkwoord dat van tijd verandert als je de hele zin in een andere tijd zet. Alle persoonsvormen in een zin kunnen dan van tijd veranderen.

 

 

2  voltooid deelwoord

Een voltooid deelwoord is de vorm van het werkwoord die je krijgt als je er ik heb of ik ben voor zet. Als je denkt met een voltooid deelwoord te maken te hebben, moet je in de buurt één van de drie volgende hulpwerkwoorden kunnen vinden: hebben, zijn of worden.

Een voltooid deelwoord begint meestal met ge-, be,- ver- of ont-.

 

Welke vorm is dit?

 

3  voltooid deelwoord gebruikt als

     bijvoeglijk naamwoord

Eigenlijk is dit geen werkwoord meer. Dit voltooid deelwoord heeft géén hulpwerkwoord bij zich en zegt iets van een zelfstandig naamwoord.

voorbeeld:        het gesmede hek

 

 

4  onvoltooid deelwoord

Dit wordt ook wel een tegenwoordig deelwoord genoemd. De handeling (die het werkwoord uitdrukt) is aan de gang.

voorbeelden:    lopend, fietsende

 

 

 

 

En welke schrijfwijze

kies ik dus?

 

schrijfwijze

persoonsvorm
voltooid deelwoord
volt dlw als bijv nw
onvoltooid deelwoord
infinitief

 

 

 

5  infinitief

Ook wel: het hele werkwoord.

Dit is de vorm van het werkwoord die dikgedrukt in het woordenboek staat. Een infinitief heeft géén onderwerp bij zich en kan niet van tijd veranderen.

Voor Nederlanders is het vaak moeilijk om een verschil te maken tussen een persoonsvorm meervoud en een infinitief. Bij ons zien die er namelijk hetzelfde uit: hebben of wij hebben, de 2 werkwoorden lijken hetzelfde te zijn. Dat ze dat niet zijn, zie je als je ze gaat vertalen naar het Frans. Dan krijg je avoir en nous avons. Sterker nog: voor hebben, gebruiken de Fransen avons, avez, ont én avoir.

Denk dus nooit dat de infinitief en het meervoud hetzelfde zijn; ze zien er alleen hetzelfde uit.

De infinitief kan ook voorkomen als zelfstandig naamwoord, meestal staat er dan het lidwoord het voor:

(Het) presteren onder druk, valt niet voor iedereen mee.

In dat geval zit dat werkwoord (eigenlijk zelfstandig naamwoord) logischerwijs niet in het gezegde.

 

 

Lesmateriaal

Hoe werkwoorden werken

persoonsvorm of infinitief

persoonsvorm, voltooid deelwoord, bijvoeglijk naamwoord of infinitief

alles door elkaar 1

alles door elkaar 2

 

 

 

 

zelf oefenen

pv herkennen

alle vormen herkennen

SpelSpiekercategorie 1

SpelSpiekercategorie 2