|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

woorden benoemen

werkwoorden

 

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iemand doet of wat er gebeurt.

 

eigenschappen van werkwoorden

  • Een werkwoord kun je vervoegen: het past zich aan aan de zin waarin het gebruikt wordt. Van het werkwoord leven (de infinitief) kennen we de volgende (persoons)vormen: leef, leeft, leven, leefde, leefden, de deelwoorden: levend en geleefd en de niet zo vaak voorkomende aanvoegende wijs: leve  

Je kiest de passende vorm door rekening te houden met het onderwerp, de tijd en de inhoud van de zin.

  • Sommige werkwoorden hebben wat minder vormen: regenen en gebeuren bijvoorbeeld. Die hebben als onderwerp altijd een 3e persoon enkelvoud (meestal het) en veranderen dus alleen van tijd. Dit noemen we onpersoonlijke werkwoorden.

het regent, het gebeurt

Het is in dit geval een onbepaald voornaamwoord.

  • De volgende drie soorten werkwoorden hebben verschillende functies:

- zelfstandige werkwoorden

- hulpwerkwoorden

- koppelwerkwoorden

Je hoeft niet altijd moe te worden van werkwoorden: ook luieren, slapen, uitrusten en dutten zijn prima werkwoorden. Het gaat er maar om dat je ze kunt vervoegen.

lidwoorden
naamwoorden
werkwoorden
voorzetsel
voornaamwoorden
bijwoord
telwoorden
voegwoord

zelfstandige werkwoorden
hulpwerkwoorden
koppelwerkwoorden

 

Lesmateriaal

hoe werkwoorden werken

Zelf oefenen

werkwoorden