|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

woorden benoemen

zelfstandig naamwoord

 

Een zelfstandig naamwoord geeft ‘een naam’ aan mensen (Karlijn, Jansen, politieagent), dieren (konijn, kwal), dingen (fiets, ventiel, dopje) stoffen (melk, gas) of begrippen (lengte, honger, idee). Overigens zijn ook alle namen zelfstandige naamwoorden, dus ook: Willem II, New York en Lidl

 

eigenschappen van een zelfstandig naamwoord

  • Je kunt er vaak een verkleinwoord van maken; als je van een woord een verkleinwoord kunt maken is het een zelfstandig naamwoord (dat verkleinwoord zelf trouwens ook). Karlijntje, ideetje. Maar dat lukt niet altijd: *hongertje, *Jansentje.

  • Je kunt er die (voor mannelijke en vrouwelijke) of dat (voor onzijdige) voor zetten.

  • Je kunt het vaak in het meervoud zetten: lengtes, kwallen. Soms is dat moeilijk. Woorden als rommel en vee hebben geen meervoud. Er zijn trouwens ook zelfstandige naamwoorden die geen enkelvoud hebben: notulen, onkosten, paperassen, hersenen, hurken .

  • Je kunt er samenstellingen mee maken: fietsventieldopje.

  • LET OP: Van nagenoeg elk heel werkwoord (infinitief) maak je een zelfstandig naamwoord door er 'het' voor te zetten. Soms staat dat lidwoord er niet eens bij.

                Werken met een computer kan RSI-klachten opleveren.

                Het werken met een computer kan RSI-klachten opleveren.

 

In beide gevallen is 'werken' een zelfstandig naamwoord. Het hoort ook niet bij het werkwoordelijk gezegde.

 

 

 

* Met een sterretje waarschuwen we je voor woorden of zinnen die grammaticaal niet kloppen

lidwoorden
naamwoorden
werkwoorden
voorzetsel
voornaamwoorden
bijwoord
telwoorden
voegwoord

zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord

 

Lesmateriaal

verkleinwoorden

Zelf oefenen

zelfstandig naamwoord