zinnen ontleden









Lesmateriaal
niveau 1
oefening 3
oefening 4
niveau 2
oefening 1
niveau 3
oefening 1 zelf oefenen

|
Voor het leren van een vreemde taal (of Nederlands als tweede
taal) is het heel praktisch om handvatten te hebben. Door te kijken
naar hoe je eigen taal in elkaar zit, wordt het gemakkelijker om
gebruik te maken van de overeenkomsten tussen alle talen.
Bij ontleden geef je aan dat je snapt wat de functie van elk
zinsdeel is, wat de relatie tussen de zinsdelen is.
In een zin combineer je de betekenissen van woorden.
Als je in een vreemde taal alleen de woorden kent voor hond, bijten
en man, moet je iets weten van zinsbouw om duidelijk te maken dat de
hond bijt of dat de man bijt: Iemand doet iets met iemand/iets.
Je weet dog, bite, man, hoe je dan uiteindelijk tot de zin The dog
is bitten by the man komt, die je bij de dierenarts (of bij de
psychiater) uitspreekt, dat is een lang traject. Grammatica kan
daarbij een hulpmiddel zijn.
Ook in het Chinees is er in een zin sprake van iemand die iets doet,
iemand/iets waar iets mee gedaan wordt en datgene wat gedaan wordt.
Het ontleden dat je bij Nederlands doet, staat dus voor een
belangrijk deel in dienst van het vreemdetalenonderwijs.
Daarnaast geeft het je ook de mogelijkheid om te praten over hoe je
eigen taal in elkaar zit. |
Van zinnen ontleden word je geen betere moedertaalgebruiker. Het recept
dáárvoor is:
-
je taal bewust gebruiken;
-
merken dat de manier van
iets onder woorden brengen effect heeft;
-
de kunst afkijken bij
mensen die het goed kunnen;
-
en
veel, heel veel oefenen.
|