|  home  |  zoeken  |  contact  |  lerarenkamer  |  7Days  |  Teleblik  |

www.bruutTAAL.nl

taalbeheersing taalbeschouwing fictie woorden benoemen zinnen ontleden werkwoordspelling

woorden benoemen

zelfstandig werkwoord

 

Een zelfstandig werkwoord heeft zelf een betekenis; je kunt je er iets bij voorstellen: fietsen, slapen, luisteren. Het kan dus ook als enig werkwoord in een zin staan.

 

Hoe bepaal je welk werkwoord zelfstandig is?

In één werkwoordelijk gezegde kan maar één zww staan. Als je meerdere werkwoorden in één gezegde hebt staan, kijk je welk werkwoord het meeste betekenis heeft in deze zin:

Dit boek kan nog door niemand gelezen zijn.

            (gelezen is het ZWW)

Je kunt dit nagaan door zoveel mogelijk werkwoorden weg te halen zonder de betekenis van de zin helemaal te verliezen (je mag schuiven met woorden).

Bij deze zin kun je dan kiezen uit:

a          *Nog niemand kan dit boek

b          *Nog door niemand is dit boek

c          Nog niemand leest dit boek

In zin c mis je dan wel iets, maar hij blijft het dichtste bij de uitgangszin.

 

 

extra hulpmiddelen

  • Als het werkwoordelijk gezegde (wg) uit 2 werkwoorden bestaat dan is het werkwoord dat géén persoonsvorm is zelfstandig.

Hij loopt zich te vervelen.

loopt zich te vervelen’ is het wg, ‘loopt’ is persoonsvorm, dus ‘vervelen’ is zelfstandig werkwoord.

  • Een voltooid deelwoord in een werkwoordelijk gezegde is altijd zelfstandig werkwoord.

Ik had nog zoveel plezier gemaakt willen hebben.

            gemaakt’ is zelfstandig werkwoord.

 

  • Bestaat een wg uit 2 of meer werkwoorden zonder voltooid deelwoord, dan is bijna altijd het laatste werkwoord zelfstandig.

Dat zou je natuurlijk wel hebben willen meemaken.

            meemaken’ is zelfstandig werkwoord.

In een naamwoordelijk gezegde staat geen zelfstandig werkwoord.

Het koppelwerkwoord is daar het belangrijkste werkwoord, want dat koppelt de betekenis van het naamwoordelijk deel aan het onderwerp.

lidwoorden
naamwoorden
werkwoorden
voorzetsel
voornaamwoorden
bijwoord
telwoorden
voegwoord

zelfstandige werkwoorden
hulpwerkwoorden
koppelwerkwoorden

 

 

 

 

 

 

 

Alle werkwoorden in de voorbeelden die géén zelfstandig werkwoord zijn, zijn in deze zinnen hulpwerkwoord.